| Namen Nederlands: Kleine tijm (Wilde tijm) Frysk: Wylde time English: Wild Thyme (Mother of thyme) Français: Thym serpolet Deutsch: Feldthymian Wetenschappelijk: Thymus serpyllum Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Beschrijving Afmeting: 2 tot 15 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m september. Stengels: De kruipende stengels hebben stompe kanten. Ze zijn rondom behaard en wortelen op de knopen. De bloeistengels zijn opstijgend. Wilde tijm vormt dichte polletjes. Bladeren: De nauwelijks gesteelde bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig. Ze zijn smaller dan die bij de andere 2 soorten tijm. Aan de rand ziten vaak lange, witte en vaak kronkelige wimperharen. De bladeren hebben van onderen duidelijke verdikte nerven. Van boven zijn ze kaal. Bloemen: De bloemen groeien in bolvormige hoofdjes. Ze zijn paars of roze en 3 tot 7 mm lang. De bovenste kelktanden zijn ongeveer even lang als breed. De bovenste 3 kelktanden zijn breed 3-hoekig. De onderste 2 zijn smal langwerpig. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure, kalkarme zandgrond. Groeiplaatsen: Struikgewasranden, duinen, grazige heiderandjes, ijl grasland, langs zandwegen en langs de Maas op zandheuveltjes. Verspreiding Wereld
 Hoofdzakelijk in Noord-Europa, van Nederland, België en Midden-Duitsland tot Midden-Zweden en Noordwest-Rusland. Nederland
 Zeldzaam in het oosten en midden van het land en zeer zeldzaam in Zuid-limburg, het rivierengebied en in de Hollandse duinen. Rode lijst 2. Sterk afgenomen. Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de Kempen. Elders zeer zeldzaam. Rode lijst. Met verdwijning bedreigd. Wallonië: Vrij zeldzaam in rabant. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. |