| Namen Nederlands: Kleine ruit Frysk: Lytse rút English: Lesser Meadow-rue (Small meadowrue) Français: Petit pigamon Deutsch: Kleine Wiesenraute Wetenschappelijk: Thalictrum minus Familie: Ranonkelfamilie, Ranunculaceae Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 1,2 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m augustus. Wortels: Met ondergrondse uitlopers. Stengels: De blauwgroene stengels staan rechtop en zijn kaal, geribd en vertakt. Bladeren: De bladeren zijn in omtrek even lang als breed. Ze zijn 3 of 4 keer in drieën gevorkt met kleine eironde 3-lobbige slippen, een duidelijke bladsteel en een wijde (niet steunbladachtige) bladschede. Bloemen: De gelige bloemen hangen voorover. Ze vormen samen grote, wijd vertakte, losse pluimen. De 4 zeer smalle bloemdekbladen zijn groenachtig. De meeldraden hangen. Vruchten: De vruchten staan rechtop. De rijpe vruchten wijken uiteen, zijn niet gesteeld en zwak geribd. Ze bevatten 3 tot 15 nootjes. Biotoop Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op droge, humushoudende, vrij voedselarme, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Duinhellingen, duinstruikgewas, duinvalleien, rivierduinen, rivierdijken, rotsachtige plaatsen, soms langs beekoevers, lichte bossen, bosranden, heggen en binnenduinbos. Verspreiding Wereld
 Gematigde en koele streken in Europa, Azië en Afrika. Nederland
 Vrij zeldzaam in de Zuid-Hollandse en Zeeuwse duinen en zeldzaam in het rivierengebied, de Noord-Hollandse duinen en op de Waddeneilanden. Elders zeer zeldzaam. Rode lijst 3. Matig afgenomen. Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het kustgebied. Wallonië: Vroeger zeer zeldzaam. Rode lijst. Verdwenen. |