 | Namen Nederlands: Kleine maagdenpalm Frysk: Frisselgrien English: Dwarf Periwinkle(Common Periwinkle, Myrtle) Français: Petite pervenche Deutsch: Kleines Immergrün Wetenschappelijk: Vinca minor Familie: Maagdenpalmfamilie, Apocynaceae Beschrijving Afmeting: 15 tot 50 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: De hoofdbloei is in april en mei. In de andere maanden bloeien echter vaak ook wel enkele planten. Wortels: De stengels wortelen op de knopen. Stengels: De lange stengels kruipen over de grond. De bloeiende takken staan vrij rechtop. Kleine maagdenpalm groeit in grote groepen. Bladeren: De bladeren zijn wintergroen. Ze staan tegenover elkaar en zijn kaal, kort gesteeld, leerachtig, elliptisch tot langwerpig, vrij spits en hebben een kale rand. Bloemen: De bloemen groeien op 1 tot 2 cm lange stelen in de bladoksels, 1 bloem per bladpaar. De kroon is 5-tallig, lichtblauw en 2 tot 3 cm groot. De bloemen zijn trompetvormig. De kelk is diep gespleten. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De stijl is aan de top verbreed. De bloemen hebben korte, kromme meeldraden. Vruchten: De tot 2½ cm lange, langwerpig-buisvormige kokervruchten bevatten 2 of 3 zaden, maar in ons land wordt maar zelden zaad gevormd. Biotoop Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, humushoudende, zwak zure tot kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Bossen, houtwallen, hakhout, heggen, struikgewas, hellingen, rotsbodems, holle wegen, spoorbermen en buitenplaatsen. Verspreiding Wereld
 In Midden-Europa, noordwestelijk tot in Nederland en Engeland, zuidelijk tot Noord-Spanje en Zuid-Italië en oostelijk tot in het Zwarte-Zeegebied. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika, Schotland en Zuid-Zweden. Nederland
 Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Twente, de Achterhoek en bij Nijmegen. Elders voor het grootste deel niet oorspronkelijk wild, maar verwilderd en ingeburgerd vanuit tuinen. Beschermd. Vlaanderen: Vrij zeldzaam, maar zeldzaam in het kustgebied en in Vlaanderen. Wallonië: Vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden Als altijdgroene plant werd en wordt hij op begraafplaatsen aangeplant, vroeger speciaal op graven van jong gestorven meisjes. Ook dienden kransen van Maagdenpalm als hoofdtooi, onder meer op bruiloften. Voor de Romeinen was Maagdenpalm het symbool van onsterfelijkheid. Zij vlochten kransen voor hun godsdienstige ceremoniën, maar 'kroonden' met deze kransen ook het hoofd van ter dood veroordeelden. Deze gewoonte bleef tot in de middeleeuwen bestaan. De botanische naam komt van het Latijnse Vincula (= band) en verwijst naar de lange slingerende takken, maar het kan ook afkomstig zijn van vinco (= "ik overwin", in dit geval de winter), omdat de plant altijd groen blad heeft. In de veertiende eeuw werd een mengsel van maagdenpalm en gemalen wormen aanbevolen als een uitstekend middel om de liefde tussen man en vrouw aan te wakkeren! Bij heesheid, neusbloedingen, buikloop en kiespijn zou de plant ook goed doen. Een middeleeuws voorschrift zegt: "cuwet den wortel van vincworten ende houdet al stille in den mont". Grote en Kleine Maagdenpalm zijn beide al lang in gebruik bij de behandeling van maagstoringen, maar dit moet beslist onder medisch toezicht gebeuren. |