 | Namen Nederlands: Kikkerbeet Frysk: Duitblêd English: Frogbit (Common frogbit) Français: Hydrocharis des grenouilles (Hydrocharis, Petit nénuphar) Deutsch: Froschbiß Wetenschappelijk: Hydrocharis morsus-ranae Familie: Waterkaardefamilie, Hydrocharitaceae Beschrijving Afmeting: 15 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Wortels: De wortels hangen in het water en bereiken de bodem niet. Stengels: Er zijn 2 soorten stengels, namelijk korte, bebladerde, worteldragende stengels en langere in het water zwevende stengels die in een bladoksel groeien en uitlopers vormen. Bladeren: De drijvende bladeren zijn vlezig, vrijwel rond en hebben een diep hartvormige voet. Naast de rechter middennerf zie je 4 boogvormige zijdelingse nerven. Er zijn 2 vrije steunblaadjes langs de lange bladsteel. Bloemen: De bloemen steken boven het water uit. Ze zijn vrij lang gesteeld en 2 tot 3 cm groot. De witte bloemdekbladen hebben een gele nagel. De vrouwelijke bloemen staan afzonderlijk in de oksels van een zittend schutblad die de bloem voor de bloei als een schede omhult. Ze hebben 6 onvruchtbare meeldraden. Het vruchtbeginsel heeft 6 stijlen, elk met een 2-spletige stempel. De mannelijke bloemen zitten in armbloemige (meestal met 3 bloemen) bloeiwijzen met een 2-kleppige, kokervormige bloeischede (de afzonderlijke bloemen en de bloeiwijze met een steel). Per bloeiwijze is maar 1 bloem open, zelden zijn het er 2. Ze hebben 4 kransen van 3 gele meeldraden en in het midden een niet goed ontwikkeld vruchtbeginsel. De voor elkaar staande meeldraden zijn 2 aan 2 aan de voet met elkaar vergroeid. Elke bloem is maar 1 dag open en verspreidt dan een zoete geur. Vruchten: De vruchten rijpen onder water. Ze zijn eivormig tot bolrond en ongeveer 1 cm groot. De bolronde zaden zijn ongeveer 1 mm groot en ingebed in een soort gelei. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand of soms licht stromend, beschut, matig voedselrijk tot voedselrijk, zwak zuur tot basisch (hooguit zwak kalkhoudend), zoet tot zwak brak water met een bodem van veen, rivierklei, zand of leem met meestal veel organische stof. Groeiplaatsen: Brede, maar soms vrij smalle sloten, vijvers, luwe hoeken van petgaten en plassen, kleine veenplassen, verlandende kanalen en rivierarmen, drijftillen, broekbossen, hoogveenwijken met binnendringend voedselrijk water en in het zoetwatergetijdengebied. Verspreiding Wereld
 Gematigde streken in West- en Midden-Azië en Europa, behalve in de meest noordwestelijke en zuidelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika. Nederland
 Algemeen in laagveengebieden, plaatselijk algemeen in het rivierengebied, vrij zeldzaam tot zeldzaam op de hoge zandgronden, zeldzaam in de de noordelijke zeekleigebieden en zeer zeldzaam in Zeeland, Zuid-Limburg en op de Waddeneilanden. Vlaanderen
 Vrij zeldzaam. Afgenomen. Rode lijst. Kwetsbaar. Beschermd. Wallonië: Zeer zeldzaam in de Leemstreek en de Kalkstreek. Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd. |