 | Namen Nederlands: Hondsdraf Frysk: Tongerblom English: Ground-ivy Français: Lierre terrestre Deutsch: Gundermann Wetenschappelijk: Glechoma hederacea Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Beschrijving Afmeting: 15 tot 60 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April t/m juni. Stengels: De kruipende stengels wortelen op de knopen. Zo vormen ze uitlopers. De opstijgende bloeistengels zijn behaard. Hondsdraf vormt zoden. Bladeren: De bladeren blijven 's winters groen. Vaakzijn ze iets paars aangelopen. Ze zijn, niervormig of ondachtig en hebben een hartvormige voet. Verder zijn ze gekarteld en gesteeld. Bloemen: De bloemen zitten in schijnkransen in de bladoksels. Elke schijnkrans bevat 1 tot 6 bloemen. De bloemen zijn blauwpaars en worden 1 tot 2 cm groot. De bovenlip is aan de top uitgerand. De onderlip is 3-lobbig. De 2-lobbige middenslip is ongeveer even groot als de vrij vlakke bovenlip. De stijltop steekt buiten de kroon uit. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot matig droge, matig voedselarme tot zeer voedselrijke, humushoudende grond (alle grondsoorten). Groeiplaatsen: Loofbossen, bospaden, bosranden, struwelen, heggen, duinen (duinbossen), beschaduwde omgewerkte grond, akkers, dijken, bermen, grasland, uiterwaarden, plantsoenen, beschaduwde gazons, waterkanten, afkalvende oevers van bosbeken, schuttingen, ruigten, puin, oude verweerde muren, stapelmuren en in knotwilgen. Verspreiding Wereld
 Gematigde streken op het noordelijk halfrond. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië. Nederland
 Zeer algemeen. Vlaanderen
 Zeer algemeen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden De geslachtsnaam komt van het Griekse glechon (munt), naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het wrijven van de bladeren. Blad van Hondsdraf vormt - net als weegbreeblad - een oud huismiddeltje tegen zweren, jeuk en zwelling. Het verzacht de pijn die wordt veroorzaakt door brandnetels. De blaadjes moeten worden gekneusd en dan op de pijnlijke plek worden gelegd. Vaak groeit de plant ook in de buurt van de brandnetel. Voor de zestiende eeuw werd hondsdraf gebruikt voor het helder maken van gistend bier. De bittere blaadjes werden hiervoor gebruikt. Later werd deze rol overgenomen door Hop. Een verwante toepassing was om bladeren van de hondsdraf toe te voegen aan vaten bier die mee gingen op lange zeereizen. Op deze wijze bleef het bier, dat toen niet gekoeld kon worden, beter op smaak. In Vlaanderen is de plant ook bekend als de sint-jansranke. Dit houdt verband met de Franse naam voor hondsdraf, courroie de Saint-Jean, 'gordel van Sint-Jan', omdat de plant gebruikt werd voor het vlechten van kransen voor de feestelijkheden rond de viering van Sint-Jan op 24 juni. Hondsdraf speelde een belangrijke rol in de geneeskunst. Hondsdraf werd en wordt gebruikt bij klachten van de luchtwegen, met name bij kinderen met klachten over veel slijmophoping. Hondsdraf geneest, volgens Dodonaeus, alle ghebreken des mondts en van de schamelycke vrouwelycke leden, oock de Schorftheydt ende wijdigheydts des huyts. |