| Namen Nederlands: Grote veldbies Frysk: Boskbreake English: Great wood-rush Français: Luzule des bois Deutsch: Wald-Hainsimse Wetenschappelijk: Luzula sylvatica Familie: Russenfamilie, Juncaceae Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 1 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April t/m juni. Wortels: De wortelstok staat schuin omhoog. De plant heeft korte, dikke uitlopers. Stengels: Grote veldbies groeit in vrij dichte pollen. Bladeren: De glanzend diepgroene bladeren zijn aan de rand lang gewimperd. De wortelbladen zijn 0,5 tot 2 cm breed, veel langer en breder dan de stengelbladen. Aan de voet van de bloeiwijze groeien 1 of 2 korte schutbladen. Bloemen: De bloemen staan met 2 tot 5 bijeen in kluwens. De kluwens vormen samen een losse, wijd vertakte, sterk samengestelde en vaak tuilvormige bloeiwijze,. De bloemdekbladen zijn bruin, al of niet met een groene middenstreep. Ze hebben een witvliezige rand. De binnenste 3 zijn langer dan de buitenste 3. Vruchten: De doosvruchten zijn toegespitst in een fijne, vrij lange snavel. De zaden hebben aan de top een zeer klein aanhangsel. Zonder aanhangsel zijn ze 1 tot 1½ mm lang. Biotoop Bodem: Beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot vrij natte, matig voedselarme tot meestal matig voedselrijke, kalkarme, zwak tot matig zure grond (leem, soms op zand, veen of stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Loofbossen, landgoedbossen, hellingbossen (noordhellingen) en brongebieden. Verspreiding Wereld
 In West-, Midden- en Zuid-Europa. Noordelijk tot de kusten in Zuid- en Midden-Noorwegen, zuidwestelijk tot in Midden-Spanje en oostelijk tot in het westen van de Kaukasus. Ook in Groot-Brittannië. Nederland
 Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, zeldzaam in Midden-Limburg en in de buurt van Nijmegen en zeer zeldzaam Midden-Nederland, Drenthe en in de Hollandse duinen. Vlaanderen
 Zeldzaam. Het meest in de Leemstreek. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonë: Vrij algemeen in Brabant, het Maasgebied en de Ardennen. Het meest ten zuiden van de lijn Samber en Maas. Elders zeer zeldzaam.
|