 | Namen Nederlands: Grote klaproos (Gewone klaproos) Frysk: Klaproas English: Common poppy (Corn poppy) Français: Coquelicot Deutsch: Klatschmohn Wetenschappelijk: Papaver rhoeas Familie: Papaverfamilie, Papaveraceae Beschrijving Afmeting: 20 tot 60 cm. Levensduur: Eenjarig. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Stengels: De ruig behaarde stengels zijn meestal vertakt aan de voet. Ze bevatten wit melksap. Bladeren: De langwerpige bladen zijn veerdelig of afnemend dubbel veerdelig met vrij brede grof ingesneden slippen. De bovenste slip is ongeveer half zo lang als de hele bladschijf. Bloemen: De alleenstaande bloemen groeien aan het eind van de steel. De kroonbladen zijn 2 tot 4 cm groot. Meestal zijn ze vuurrood met een zwarte vlek aan de voet, maar soms zijn ze lichter van kleur tot bijna wit. Ze zijn meer breed dan lang en bedekken elkaar voor een groot deel. Het kale vruchtbeginsel is omgekeerd eivormig, met 8 tot 14 donkerpaarse stempelstralen die aan de top over elkaar heen liggen. De meeldraden zijn blauwachtig en de bloemstelen meestal bochtig met rode borstelige afstaande of soms aanliggende haren. Vruchten: De kale doosvruchten zijn breed eivormig en hoogstens 2 keer zo lang als breed. Ze hebben een afgeronde voet. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, omgewerkte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (lichte klei, löss, zavel, leem, lemig zand en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Akkers, bermen, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, braakliggende grond, duinen (ruderale plaatsen), dijken, industrieterreinenen langs spoorwegen (spoorwegterreinen). Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit Europa, maar nu in alle werelddelen. In Europa noordelijk tot in Zuid-Scandinavië. Nederland
 Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noordoosten en op de Veluwe. Vlaanderen
 Algemeen, maar zeldzamer in de Kempen. Het meest in de Polders. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden De naam Klaproos is ontstaan doordat kinderen een bloemblaadje omvouwden, waardoor er een soort zakje werd gevormd, dat met een knal opensprong als er op geslagen werd. De Grieken wijdden de klaproos aan Aphrodite, de godin van de landbouw en het moederschap. De Romeinen meenden dat de klaproos een gunstig effect had op de groei van het graan. De geslachtsnaam Papaver is Latijn voor klaproos. Mogelijk hebben de Romeinen het woord ontleend aan het Keltische woord papapap (kinderpap), of zelf gevormd uit papa (pap) en verum (echt). Het plantensap werd namelijk in de pap gedaan om kleine kinderen rustiger te maken. Alle klaprozen hebben een bedwelmende (niet ongevaarlijke) werking. Ruiken aan een Klaproos kan hoofdpijn veroorzaken, maar soms werd de plant juist gebruikt bij bestrijding van migraine en hoofdpijn. Ook werd er een relatie gelegd tussen de Klaproos en onweersbuien. In Engeland zou het plukken van de bloem ernstige donderbuien veroorzaken, maar in Nederland, België en Frankrijk was het juist een middel om onweer te voorkomen. |