Aanmelden Vakantiekrant.nl nieuwsbrief

Groot blaasjeskruid - Utricularia vulgaris

Namen
Nederlands: Groot blaasjeskruid (Gewoon blaasjeskruid)
Frysk: Fûkjeplant (Grutte fûkjeplant)
English: Greater Bladderwort
Français: Utriculaire commune (Utriculaire en selle)
Deutsch: Gemeiner Wasserschlauch
Wetenschappelijk: Utricularia vulgaris
Familie: Blaasjeskruidfamilie, Lentibulariaceae

Beschrijving
Afmeting: 30 cm tot 2 meter.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Juni t/m september.
Wortels: De wortels zweven vrij in het water, maar soms drijven ze.
Stengels: Een horizontale hoofdas, soms met bleke 2-rijige, beschubde en niet bebladerde zijstengeltjes, die naar het wateroppervlak groeien. De bloeistengels zijn meestal 20 tot 30 cm lan. Stengels met veel blaasjes van ongeveer 3 mm.
Bladeren: De eironde bladen zijn 2 tot 8 cm lang en veerdelig. De bladslippen hebben een spitse top en zijn voorzien van meestal stomphoekige, opzij gerichte tandjes met stekelharen.
Bloemen: De bloemen groeien met 3 tot 15 bij elkaar in trossen. Ze zijn heldergeel met een oranje gestreept gehemelte en worden 1,2 tot 2 cm groot. De bovenlip is hoogstens even lang als het gehemelte, de onderlip is omlaag gebogen en de spoor is buisvormig en aan de top kegelvormig en spits.
Vruchten: Bolle doosvruchten. De vruchtstelen staan meestal naar beneden gebogen. Ze zijn hoogstens 3 keer zo lang als de schutbladen.

Biotoop
Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen in ondiep, matig voedselrijk, weinig of niet verontreinigd, stilstaand of langzaam stromend, ongeveer neutraal, zoet, zelden zwak brak water (laagveen, rivierklei met een venige modderlaag en soms op venig zand).
Groeiplaatsen: Sloten, kleine plassen, luwe hoeken van groter water, spoorsloten, oeverzones van afgesneden rivierarmen, oude kleiputten, poeltjes in moerassen en drijftillen.

Verspreiding
Wereld
Groot blaasjeskruid - Utricularia vulgaris
Gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond (in Noord-Amerika een andere ondersoort).

Nederland
Klik voor gedetailleerde informatie
Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden in Groningen, Fryslân, Noordwest-Overijssel en op de grens van Holland en Utrecht. Ook plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied in Gelderland, in Midden-Nederland, Zuidoost-Fryslân, Drenthe en Noord-Brabant. Zeer zeldzaam elders in Gelderland, in het noordelijk zeekleigebied, in Zeeland en in Flevoland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Zeldzaam.
Beschermd.

Wallonië: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.
Beschermd.

Flora Batava, Jan Kops. Deel 4 (1822)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2012 Klaas Dijkstra