 | Namen Nederlands: Gewone smeerwortel Frysk: Skuorwoartel English: Common comfrey Français: Consoude officinale Deutsch: Gemeiner Beinwell (Gewöhnlicher Beinwell) Wetenschappelijk: Symphytum officinale Familie: Ruwbladigenfamilie, Boraginaceae Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 1 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m augustus. Wortels: Een penwortel. Stengels: De rechtopstaande stengels hebben brede vleugels en zijn borstelig behaard. De holle bloeistengels zijn dik, vlezig en naar boven toe vertakt. Bladeren: De lange stengelbladen worden geleidelijk smaller. De onderste bladeren zijn eirond tot langwerpig. De bovenste bladeren zijn langwerpig en niet getand. Alleen de onderste bladeren hebben een steel. Bloemen: De bloemen vormen een knikkende, gevorkte bloeiwijze bovenaan aan de stengels. Ze zijn paars, vuilroze of wit, 1,2 tot 1,8 cm groot en klokvormig met spitse, ingesloten keelschubben en korte driehoekige, teruggekromde slippen. De kelk is gedeeld. Vruchten: De zwarte nootjes zijn glad, glanzend en voorzien van een vlezig aanhangsel. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte tot vochtige, voedselrijke grond (alle grondsoorten, maar weinig op puur veen). Groeiplaatsen: Iets omgewerkte grond, venen, bermen, struikgewas, loofbossen, heggen in uiterwaarden, grienden, oeverruigten, stenen beschoeiingen, dijken, weiland (kwelplekken), uiterwaardhooilanden en maisakkers. Verspreiding Wereld
 In West-, Midden- en Oost-Europa. Noordelijk tot in Midden-Scandinavië en zuidelijk tot de Pyreneeën, Midden-Italië en de Balkan. Ook in Centraal-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië. Nederland
 Algemeen, maar zeldzaam op de Waddeneilanden. Vlaanderen: Algemeen Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden Bastaardsmeerwortel (Symphytum x uplandicum) is de hybride van Gewone smeerwortel en Ruwe smeerwortel. Deze plant is op enkele plaatsen in België ingeburgerd. De soortsaanduiding officinale duidt aan dat de plant medische toepassingen kent. Vooral de wortel werd verzameld. De plant werd en wordt met name uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden en gewrichtsontstekingen. Onderzoek heeft uitgewezen dat allantoïne de heling van wonden kan bevorderen door de stimulering van de vorming van nieuwe cellen. De plant wordt reeds genoemd in oude Griekse bronnen. Er wordt melding gemaakt van een gunstig effect op de genezing van wonden. Bij de Romeinen schreef Plinius de oudere in zijn Naturalis Historica over de smeerwortel. Apuleius noemt gedroogde plantendelen in wijn als middel bij hevige menstruatie. Jan Yperman vermelde in de 14e eeuw dat de smeerwortel werd gebruikt voor de genezing van wonden. |