 | Namen Nederlands: Gewone klit (Gewone klis) Frysk: Kladde English: Lesser burdock (Bardane, Common burdock, Lesser burrdock) Français: Petite Bardane Deutsch: Kleine Klette Wetenschappelijk: Arctium minus (Arctium pubens) Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Opmerking: Gewone klit wordt in sommige flora's verdeeld in 3 afzonderlijke soorten: Middelste klit (Arctium pubens), Kleine klit (Arctium minus) en Bosklit (Arctium nemorosum, Arctium vulgare). Beschrijving Afmeting: 50 cm tot 2½ meter. Levensduur: Tweejarig. Bloeimaanden: Juni t/m september. Wortels: Een penwortel. Stengels: De zijtakken staan vrijwel horizontaal tot schuin af. Vaak zijn de stengels roodachtig en behaard. Bladeren: De onderste bladeren worden tot 50 cm lang. Ze zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen en vrijwel kaal. Ze hebben een holle steel. Bloemen: De bloemhoofdjes groeien min of meer in kluwens. Ze worden 1½ tot 3 cm groot en zijn eivormig. Ze hebben een heel korte steel of geen steel en zijn groen of zijn paarsrood aangelopen. Het omwindsel heeft weinig of geen spinragachtige beharing. Vruchten: De klitten blijven vaak de hele winter aan de dode plant. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak vrij open open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond. Bosklit: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak vrij open open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Bermen, ruige dijken, ruigten, lichte loofbossen, oeverwalbossen, struikgewas, heggen, kapvlakten, duinen, plantsoenen, spoorwegterreinen, braakliggende grond, ruderale plaatsen, puinhopen, aan de voet van vrijstaande of vervallen muren, bij mesthopen en bij bebouwing. Bosklit: Bosranden en kapvlakten. Verspreiding Wereld
 In Europa, Noordwest-Afrika, West-Azië en Noord-Amerika. Ook in Nieuw Zeeland en Australië. Kleine klit: Het meest in Midden-Europa. Ingeburgerd in grote delen van Noord-Amerika. Bosklit: Voornamelijk in Midden-Europa. Van Ierland in het westen tot in Zuid-Scandinvië in het noorden, de Karpaten in het oosten en Italië en de Balkan in het zuiden. Middelste klit: In West- en Midden-Europa. Nederland
 Kleine klit: Zeer zeldzaam in Oost-Nederland en Zuid-Limburg. Bosklit: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Middelste klit: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten. Vlaanderen
 Gewone klit (Middelste klit en Kleine klit): Zeer algemeen. Rode lijst: Niet bedreigd.
 Bosklit: Zeer zeldzaam in de Leemstreek. Elders uiterst zeldzaam. Rode lijst. Zeer zeldzaam. Wallonië: Gewone klit (Middelste klit en Kleine klit): Algemeen, maar iets minder in de Ardennen. Bosklit: Zeldzaam in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam. |