 | Namen Nederlands: Getande weegbree Frysk: Uttakke weversblêd English: Greater Plantain Français: Plantain intermédiaire (Plantain des fanges) Deutsch: Vielsamiger Breit-Wegerich (Mittlere Breit-Wegerich) Wetenschappelijk: Plantago major subsp. intermedia Familie: Weegbreefamilie, Plantaginaceae Ondersoorten: Getande weegbree (Plantago major subsp. intermedia) Grote weegbree (Plantago major subsp. major). Beschrijving Afmeting: 2 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m november. Stengels: Rechtopstaande bloeistengels. Bladeren: en rozet, meestal smaller, eirond tot elliptisch, een min of meer wigvormige voet die geleidelijk in de steel versmald, vaak (vooral aan de voet) gegolfd-getand, 3 tot 5, soms 7 nerven, meestal fijn behaard, de vaatbundels minder taaibij het doorscheuren van een blad eerder afbrekend. Bloemen: Bloeiwijzestengel opstijgend, korte aar (vooral onderaan meestal minder dichtbloemig), aan de voet afstaand behaard, bloemkroon bruinachtig, helmdraden witachtig. Vruchten: Doosvruchten met 12 tot 26 zaden, meestal tussen de 15 en 18, vaak steenrood, de deksel van de vrucht onderaan bedekt door de toppen van de kelkslippen. Biotoop Bodem: Zonnige, open, 's winters vaak onder water staande en 's zomers droog vallende plaatsen op vochtige tot meestal natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende, verdichte grond. Ook op brakke grond. Groeiplaatsen: Akkers, open plekken in grasland, duinen (duinvalleien), uiterwaarden, waterkanten, ruderale plaatsen, natte delen van afgravingen en omgewerkte grond. Verspreiding Wereld: Plaatselijk in Europa, maar ook in andere werelddelen. Nederland
 Vrij algemeen. Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in het kustgebied. Wallonië: Vrij zeldzaam. |