Aanmelden Vakantiekrant.nl nieuwsbrief

Carex oederi subsp. oedocarpa - Geelgroene zegge

Namen
Nederlands: Geelgroene zegge (Lage zegge)
Frysk: Giele sigge
English: Yellow Sedge
Français: Laîche tardive (Laîche à tiges basses, Laîche vert jaunâtre)
Deutsch: Grünliche Gelb-Segge (Oeders Segge)
Wetenschappelijk: Carex oederi subsp. oedocarpa (Carex demissa, Carex serotina, Carex viridula subsp. oedocarpa, Carex scandinavica, Carex tumidicarpa)
Familie: Cypergrassenfamilie, Cyperaceae
Ondersoorten: Geelgroene zegge (Carex oederi subsp. oedocarpa)
Dwergzegge (Carex oederi subsp. oederi).
Vaak zijn er tussenvormen.

Beschrijving
Afmeting: 10 tot 30 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Juni tot vaak in de herfst.
Wortels: Een korte wortelstok.
Stengels: Vaak met vele stevige, stomp driekantige, meestal opstijgende stengels, die weinig of niet boven de bladeren uit komen. De onderste scheden zijn strokleurig tot beige en gaan vezelen. De soort groeit in dichte pollen.
Bladeren: De bladschijf is gekield, min of meer gootvormig en 2 tot 4 mm breed.
Bloemen: De bloeiwijze bestaat uit een gesteelde (de steel wordt tot 2 cm lang) of soms bijna zittende mannelijke topaar en 2 tot 4 rechtopstaande, eivormige en dichtbloemige vrouwelijke aren. De bloemen hebben 3 stempels. De vrouwelijke aren staan voor het grootste deel dicht opeen. Soms is er nog een vrouwelijke aar in of onder het midden van de halm. De schutbladen zijn bladachtig en komen tot voorbij de top van de bloeiwijze. Vaak staan ze haaks af of zijn ze teruggeslagen. De plant heeft een korte schede. Het rechtopstaande schutblad van een onderste aar heeft een langere schede, waar de aarsteel vaak iets uitsteekt.
Vruchten: De 3 tot 4 mm grote urntjes zijn eerst groen, maar worden bij rijpheid gelig. Ze zijn driekantig-omgekeerd-eivormig en toegespitst in een rechte, iets scheef staande, maar niet omlaag wijzende 2-tandige snavel. De snavel is korter dan de rest van het urntje.

Biotoop
Bodem
: Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke, zwak zure, kalkarme, humeuze tot venige grond (leem, zand, veen, soms ook op rivierklei of löss).
Groeiplaatsen: Moerassige grasland, langs sloten en greppels, heidepadranden, in duinvalleien, in pas gegraven greppels, op kapvlakten, in blauwgrasland, in schrale beekdalhooilanden, in veentjes in brongebieden, in binnenduingraslanden en in slenkjes in jong veenmosrietland. Lichte betreding en plaggen bevoordelen Geelgroene zegge.

Verspreiding
Wereld
In West- en Midden-Europa, noordelijk tot in Zuid-Zweden en de kustgebieden van Noorwegen, maar ook op IJsland, en in oostelijk Noord-Amerika. Mogelijk ook op het zuidelijk halfrond.

Nederland
Klik voor gedetailleerde informatie
Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land, in laagveengebieden en in Zeeland. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Carex oederi subsp. oedocarpa - Geelgroene zegge
Vrij zeldzaam. Het meest in de Kempen en in de zandstreken ten zuiden van Brugge.
Rode lijst. Niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam, maar wat algemener ten zuiden van de lijn Samber-Maas.

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)
Oeder's Segge (Dwergzegge of Geelgroene zegge)

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2012 Klaas Dijkstra