 | Namen Nederlands: Gaspeldoorn Frysk: Hoannespoar English: Common Gorse (Furze, Honey Bottles, Hoth) Français: Ajonc d'Europe Deutsch: Stechginster Wetenschappelijk: Ulex europaeus Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae Beschrijving Afmeting: 60 cm tot 2 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April t/m juni, vaak ook in december en januari. Takken: De donkergroene, gedoornde takken zijn geribd en afstaand behaard. Jonge takken dragen grijze of rossige haren. Bladeren: De wintergroene bladeren zijn priemvormig met een scherpe stekelpunt. Normale bladeren komen alleen aan kiemplanten en beschadigde delen van de struik voor. Ze zijn 3-tallig en/of 1-tallig. De bladeren en de top van de takjes zijn omgevormd tot niet afbrekende harde dorens met een glanzend bruine top van 1,2 tot 2½ cm. Bloemen: De gele, alleenstaande, 1½ tot 2 cm grote bloemen groeien in de oksels van bladdoorns aan korte twijgen. De grote, strogele kelk heeft 2 kleppen en is dicht behaard. Alle 10 meeldraden zijn even lang en voor meer dan de helft met elkaar vergroeid. Vruchten: De peulen zijn vrij kort (1 tot 2 cm), dicht behaard en bevatten maar weinig (gifige) zaden. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen op min of meer droge, matig voedselarme, zwak zure, kalkarme, vaak omgewerkte grond (zand, löss en leem- of slibhoudend zand). Groeiplaatsen: Heide, bermen, bosranden, struikgewas, heggen, hellingen, spoordijken en binnenduinen. Verspreiding Wereld
 Van Portugal tot Schotland en op een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan. Ingevoerd in Midden-Europa en ook in andere werelddelen. Nederland
 Zeldzaam in de duinstreek, in het midden en oosten van het land en in de Kempen. Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Rode lijst 3. Matig afgenomen. Vlaanderen: Zeldzaam in het kustgebied, in Vlaanderen en in de Kempen. Elders zeer zeldzaam. Wallonië: Zeer zeldzaam. Wetenswaardigheden Gaspeldoorn was in gebruik als groenbemester, brandhout en als doornhaag. De doornstruik werd vaak als brandstof gebruikt, b.v. in bakkerijen en bij het vervaardigen van baksteen. De plant was een krachtig afweermiddel tegen heksen en duivels. In Ierland en Wales werden takken van de gaspeldoorn boven de deur gehangen om boze geesten af te weren. Vroeger werd de struik ook bij huizen aangeplant om er de was op te kunnen drogen, zodat deze (door de doorns) niet wegwaaide. In Schotland wordt een kleurstof uit de bast gewonnen. Gaspeldoorn is een giftige struik (cytisine). Het woord gaspel in Gaspeldoorn is een verkleinwoord van het Middel-Nederlandse woord gaspe dat haak of gesp betekent. In de middeleeuwen werden dorens, onder andere die van de Gaspeldoorn, gebruikt als sluiting van kleding. |