 | Namen Nederlands: Fijn schapengras (Fijnbladig schapengras, Fijn schapegras) Frysk: Fyn skieppegers English: Fine-leaved sheep's fescue (Fineleaf sheep fescue, Hair fescue) Français: Fétuque à feuilles ténues Deutsch: Haar-Schafschwingel Wetenschappelijk: Festuca filiformis (Festuca ovina subsp. tenuifolia, Festuca tenuifolia) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 30 tot 40 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m augustus. Wortels: Zonder wortelstokken. Stengels: Dit gras vormt dichte pollen. Bladeren: De bladeren zijn vaak grijsgroen. De stengelbladen zijn vlak of stijf ingerold. De wortelbladen en de bladeren van niet-bloeiende spruiten zijn stijf ingerold ('borstelvormig') en meestal draadvormig. De bladschede is bijna tot onderaan open. Het tongetje is zeer kort. Bladen van niet-bloeiende stengels zijn 0,3 tot 0,4 mm breed met aan de bovenkant 1 rib. Bloemen en vruchten: Een samengetrokken, 3 tot 12 cm lange bloempluim met rechtopstaande zijtakken. De aartjes zijn 4 tot 7 mm lang. Het onderste kroonkafje is meestal genaald. Het naaldje wordt hoogstens 0,5 mm lang. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open tot grazige plaatsen op droge, voedselarme, niet bemeste, meestal kalkarme, zure tot vaak zwak zure, licht humeuze tot venige grond (zand, leem, veen, zavel en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Duinen, langs paadjes in heide, schraal hooiland, bermen, dijken, langs spoorwegen, stuifzand, lanen, bosranden, lichte loofbossen, op de bovenrand van krijthellingen die bedekt zijn door lemige, zandige of grindrijke afzettingen. Verspreiding Wereld
 Voornamelijk in West- en Midden-Europa. Ook in Noord-Amerika en op een aantal andere verspreide plaatsen. Nederland
 Algemeen in het oosten en midden van het land en in de duinen. Elders vrij zeldzaam. Vlaanderen
 Vrij algemeen. Het meest in de Kempen en in de zandstreek ten zuiden van Brugge. Rode lijst. Niet bedreigd. |