 | Namen Nederlands: Eekhoorngras Frysk: Sânringers English: Squirrel-tail fescue (Brome fescue, Barren fescue, Brome six-weeks grass, Desert fescue) Français: Vulpie queue d’écureuil Deutsch: Trespen-Federschwingel Wetenschappelijk: Vulpia bromoides Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 6 tot 50 cm. Levensduur: Eenjarig. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Stengels: De stengels zijn al dan niet vertakt. De soort groeit in kleine pollen of er is maar 1 stengel. Bloemen en vruchten: De meestal rechtopstaande pluim is korter dan 1 dm en komt meestal ver buiten de bovenste bladschede uit. De onderste tak is tot half zo lang als de bloeiwijze. Het onderste kelkkafje is 3 tot 6 mm en ruim half zo lang als het bovenste. Het heeft 3 nerven. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure, humusarme grond (zand, vaak met leem of klei in de ondergrond en soms op zavel). Groeiplaatsen: Duinen, omgewerkte grond, langs spoorwegen, afgravingen (kiezelgroeven, zand-, leem-, en grindgroeven), bermen, hellingen, bosranden, akkers (zandakkertjes), duinen (binnenduingrasland) en zandruggetjes in vochtig poldergrasland op Texel. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, sommige Afrikaanse gebergten, eilanden in de Atlantische Oceaan en in West-, Midden- en Zuid-Europa. Noordelijk tot in Schotland en het Oostzeegebied. Ingeburgerd in Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Nederland
 Zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land en langs de kust van Walcheren, Schouwen, Goeree, Texel, Terschelling en Ameland. Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Wallonië: Zeldzaam, maar zeer zeldzaam in de Ardennen. |