Namen Nederlands: Echte guldenroede Frysk: Goudgjirde English: Goldenrod (European goldenrod) Français: Solidage verge d'or Deutsch: Echte Goldrute Wetenschappelijk: Solidago virgaurea Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 1 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli t/m september. Wortels: Diep wortelend met een korte wortelstok. Geen uitlopers. Stengels: De weinig vertakte stengels zijn meestal zwak en kort behaard. Bladeren: De bladeren zijn vrij donkergroen. De onderste zijn eirond tot langwerpig en boven het midden het breedst. Ze hebben een verwijderd gezaagde rand en zijn aan de voet versmald tot een vleugelrand langs de hoofdnerf. De hogere bladeren zijn smaller, minder gezaagd en zonder steel. Bloemen: De heldergele bloemhoofdjes vormen samen lange, vrij smalle pluimen met korte, schuin omhoog staande zijtakken. De bloemhoofdjes zijn 1 tot 1,8 cm groot. Er zijn 6 tot 12 lintbloemen, die buiten de hoofdjes uit komen. De omwindselbladen zijn lijnvormig, groenachtig geel en vliezig gerand. Vruchten: De vrucht is een nootje. Biotoop Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselarme, zwak zure, min of meer humeuze en meestal lemige grond (leem, lemig zand, mergel en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Loofbossen, langs bospaden, bosranden, struwelen, houtwallen, kapvlakten, schraal hooiland, bermen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), dijken, slootkanten, beekoeverwallen en mergelwanden. Verspreiding Wereld
 Koude en gematigde streken in Europa en Azië. Nederland
 Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het oosten en midden van het land en in enkele aangrenzende gebieden. Rode lijst 2. Sterk afgenomen. Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen. Niet in het kustgebied. Rode lijst. Achteruitgaand. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen. Wetenswaardigheden De geslachtsnaam komt van het Latijnse solidare, 'gezond maken'. Echte guldenroede werd gebruikt bij blaas- en nierproblemen en als een wondkruid bij kneuzingen, snijwonden en vooral bij verwondingen op het slagveld. De bladeren werden op de wond gelegd of er werd een aftreksel van gemaakt dat je moest opdrinken. De bloemhoofdjes leveren een goudgele verfstof voor het verven van wol of katoen. Volgens een oud verhaal kon de Guldenroede de plaats van begraven schatten onthullen. Wie veel bloemen bij zijn huis had staan zou veel voorspoed en rijkdom krijgen. |