Namen Nederlands: Echte gamander Frysk: Reade skuontsjes English: Wall germander (Creeping germander) Français: Germandrée petit chêne Deutsch: Edel-Gamander Wetenschappelijk: Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Ondersoorten: Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Teucrium chamaedrys subsp. chamaedrys. Beschrijving Afmeting: 15 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli t/m september. Wortels: Met ondergrondse uitlopers. Stengels: De liggend-opstijgende stengels zijn behaard en verhouten aan de voet. De soort groeit in pollen. Bladeren: De zwak behaarde bladeren zijn gekarteld tot gelobd en 1 tot 2 cm groot. Verder zijn ze leerachtig, eirond tot langwerpig en wigvormig in het steeltje versmald. Bloemen: Meestal met 2 tot 12 bloemen in schijnkransen in de oksels van de bovenste bladen. De 0,9 tot 1,6 cm grote bloemen zijn roze. De bovenlip lijkt te ontbreken, maar is naar beneden gebogen. De onderlip lijkt daardoor 5-tandig. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge, matig voedselarme, meestal kalkrijke grond (stenige plaatsen, mergel en duinzand). Groeiplaatsen: Kalkgrasland, kale, stenige plaatsen, bosranden en duinen (struwelen). Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland en België. Nederland
 Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Rode lijst 1. Zeer sterk afgenomen. Teucrium chamaedrys subsp. chamaedrys komt al sinds 1905 in de duinen bij Vogelenzang voor. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Wetenswaardigheden De plant wordt ook in de siertuin gebruikt, b.v. in rotstuinen en vooraan in de border. De plant kan door middel van stekken gemakkelijk vermeerderd worden en laat zich knippen in lage hegjes. De soortaanduiding chamaedrys is afgeleid van het Oudgriekse 'chamai' dat grond en 'drus' dat eik betekent. De vorm van de blaadjes lijkt namelijk een beetje op die van de eik. |