 | Namen Nederlands: Dwergzegge (Late zegge) Frysk: Lytse giele sigge English: Little Green Sedge Français: Laîche tardive Deutsch: Kleine Gelb-Segge Wetenschappelijk: Carex oederi subsp. oederi (Carex serotina, Carex viridula subsp. viridula, Carex scandinavica, Carex tumidicarpa, Carex demissa) Familie: Cypergrassenfamilie, Cyperaceae Ondersoorten: Dwergzegge (Carex oederi subsp. oederi). Geelgroene zegge (Carex oederi subsp. oedocarpa) Vaak zijn er tussenvormen. Beschrijving Afmeting: 5 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m juli, vaak ook tot in de herfst. Wortels: Een korte wortelstok. Stengels: Vaak met vele stomp driekantige stengels, die meestal korter zijn dan de bladen. De onderste scheden zijn strokleurig, lichtbeige of wit. De plant vormt dichte polletjes. Bladeren: De bladeren zijn vlak of min of meer gootvormig en 1 tot 2 mm breed. Bloemen: De bloeiwijze is meestal compact en vaak hoofdjesachtig gedrongen. Er is een vrijwel niet gesteelde, mannelijke topaar en meestal zijn er 2 rechtopstaande, vrijwel niet gesteelde, meestal eivormige, dichtbloemige vrouwelijke aren. Soms is er nog een vrouwelijke aar aan het onderste deel van de halm. De bloemen hebben 3 stempels. De schutbladen zijn bladachtig. De korte schede komt tot voorbij de top van de bloeiwijze en gaat tenslotte vaak haaks afstaan. Vruchten: De 2 tot 3 mm grote urntjes zijn driekantig en omgekeerd-eivormig. Eerst zijn ze geelgroen, later worden ze goudgeel. Aan de top zijn ze toegespitst in een korte, rechte, iets scheef staande, maar niet omlaag wijzende snavel. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op vochtige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet of weinig bemeste, zwak zure tot basische, kalkhoudende, zoete tot brakke grond (zand en leem, minder op veen en vrijwel nooit op klei). Groeiplaatsen: Duinen (jonge duinvalleien, open plekken in oude duinvalleien, langs strandvlakten achter de zeereep, droogvallende duinplasoevers en binnenduingrasland), moerassen (veenmoeras), afgravingen (zand- en leemgroeven), ijsbaantjes, strandjes langs niet vervuilde beken, afgeplagde of beweide plekken in blauwgrasland, heide (plagplekken, in karrensporen, op drooggevallen venbodems en langs heidepaden) en langs bospaden. Verspreiding Wereld
 Koel-gematigde delen van het noordelijk halfrond, voornamelijk in Europa en Noord-Amerika. Nederland
 Vrij algemeen in de duinen, op de Waddeneilanden en plaatselijk in Zeeland. Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land, in laagveengebieden en in Zeeland. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen
 Vrij zeldzaam in de duinen en de Kempen. Elders zeer zeldzaam. Rode lijst. Bedreigd. Beschermd. Wallonië: Zeldzaam tot zeer zeldzaam in het Maasgebied en de Ardennen. Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd. |