
| Namen Nederlands: Duizendknoopfonteinkruid Frysk: Readskonkbearzerûch English: Bog pondweed (Cinnamonspot pondweed) Français: Potamot à feuilles de renouée Deutsch: Knöterich-Laichkraut Wetenschappelijk: Potamogeton polygonifolius Familie: Fonteinkruidfamilie, Potamogetonaceae Opmerking: Duizendknoopfonteikruid is een vormenrijke soort, die zich aanpast aan de waterdiepte en aan snelstromend of stilstaand water. Beschrijving Afmeting: 30 tot 60 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Wortels: Een sterk vertakte, witte of rossige wortelstok met aan de top roodachtige bladknoppen. Stengels: De stengels zijn niet vertakt. Bladeren: De bladeren zijn zeer veranderlijk. De ondergedoken bladeren verdwijnen vaak al snel. Ze zijn langwerpig tot smal langwerpig en aan de voet geleidelijk in een lange steel versmald. Ze hebben een gave rand en meestal een stompe top. De steunblaadjes zijn vliezig met dunne nerven. De drijvende bladeren zijn 2 tot 5 cm lang, min of meer leerachtig, eirond tot langwerpig en niet doorschijnend. Ze hebben een dikke middennerf en zijn 1 tot 2 keer zo lang als breed. De voet is afgeknot of iets hartvormig en de top is vrij stomp. De bladeren hebben een lange bladsteel, die plat is aan de bovenkant. Bloemen: De groenige bloemen groeien in slanke, vrij losse aren met een lange steel. Deze is dunner dan de stengels en overal even dik. Vruchten: De zaden zijn roodbruin, 2 tot 3 mm lang en stomp gekield. Biotoop Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde plaatsen in ondiep, helder, matig voedselarm, soms matig voedselrijk, ondiep, zoet, stilstaand tot vrij snel stromend, zwak zuur tot neutraal, kalkarm, zoet (vaak enigszins bruin gekleurd) water met een bodem van zand dat niet of nauwelijks is bedekt door slib, maar ook op een venige bodem. Eveneens op droogvallende plaatsen. Groeiplaatsen: In het water van beekjes, plassen, venen, sprengen, greppels, bosgreppels, nieuw gegraven plasjes en greppels in zandgebieden, sloten met ijzerhoudend kwelwater, duinen (duiplassen) en heide (ondiepe heidevennen en brongebieden in heidestreken). Verspreiding Wereld
 In Newfoundland, Noordwest-Afrika en West- en Midden-Europa. Nederland
 Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land en in de duinen op de Waddeneilanden en in noordelijk Noord-Holland. Zeer zeldzaam op Voorne. Vlaanderen
 Vrij algemeen in de Kempen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Vrij zeldzaam in de Ardennen. Rode lijst. Kwetsbaar. |