Namen Nederlands: Duist Frysk: Dúst English: Blackgrass (Slender meadow foxtail, Mouse foxtail, Slender foxtail) Français: Vulpin des champs Deutsch: Acker-Fuchsschwanzgras Wetenschappelijk: Alopecurus myosuroides Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 20 tot 80 cm. Levensduur: Eenjarig. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Bladeren: Het tongetje is afgeknot en getand. Bloemen: De 2 tot 12 cm lange en 3 tot 6 mm brede bloeiwijze is bleek en aan de zonnige kant vaak paars aangelopen. De aar is naar boven zeer geleidelijk versmald. De aartjes zijn 4½ tot 7 mm lang en staan met 1 tot 2 bij elkaar aan 1 zijtakje. De kelkkafjes zijn tot ongeveer halverwege vergroeid. De kiel heeft zeer smalle vleugels en is zeer kort behaard. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, kalkhoudende grond (zeeklei, rivierklei, leem, löss en mergel). Groeiplaatsen: Akkers (het meest in graanakkers), koolzaad- en karwijvelden, ruderale plaatsen, storttereinen, platsoenen, omgewerkte grond, wegkanten, braakliggende grond, in de voegen van bestrating en langs spoorwegen (spoorwegterreine). Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië en Europa, in hoofdzaak in de zuidwestelijke helft. Ingeburgerd in Noord-Amerika. Nederland
 Vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het westen van het land, in het noordelijk zeekleigebied en in het rivierengebied. Eders zeldzaam. Vlaanderen
 Algemeen, maar zeldzaam in de Kempen. Rode lijst: Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen. Rode lijst: Niet bedreigd. |