Namen Nederlands: Duinzwenkgras Frysk: Dúnskieppegers English: Sand fescue Français: Fétuque des sables Deutsch: Dünen-Rot-Schwingel (Sand-Rotschwingel) Wetenschappelijk: Festuca arenaria (Festuca arenaria subsp. oraria, Festuca rubra subsp. arenaria, Festuca juncifolia) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Ondersoorten: Duinzwenkgras wordt ook wel beschouwd als een ondersoort van Rood zwenkgras (Festuca rubra). Beschrijving Afmeting: 30 tot 90 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Wortels: Met lange ondergrondse uitlopers (wortelstokken). Stengels: De stengels zijn meestal paarsrood aan de voet. Het gras vormt losse zoden. Bladeren: De bladschede en de 4 of meer ribben van de bladschijf zijn behaard. De bladschede is dikker en breder dan die van Rood zwenkgras. De bladdoorsnede is min of meer U-vormig. bladeren van niet-bloeiende spruiten zijn ingerold en 0,7 tot 1½ mm breed. Bloemen: De bloemen groeien in rechtopstaande, vrij losse of min of meer samengetrokken pluimen van 0,6 tot 1,5 cm met schuin omhoog staande takken. De aartjes zijn 0,7 tot 1 cm lang en bevatten 4 tot 6, paarsrode of geel-bruinige bloemen. De naald van het onderste kroonkafje is 1 tot 2 mm lang. De onderste zijas van de pluim is ongeveer half zo lang als de pluim. Vruchten: De vruchten zijn kaal aan de top. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure tot kalkrijke, vaak stuivende, zoete tot brakke zandgrond. Groeiplaatsen: Duinen (duinvalleien, stuivende helmduinen, ruigten aan de rand van strandvlakten en stuifkuilen). Verspreiding Wereld
 Langs de kusten van West-Europa en het Oostzeegebied. Nederland
 Algemeen langs de Noordzeekust en plaatselijk op zandige delen van de IJsselmeerkust. Vlaanderen
 Vrij algemeen langs de kust. Afgenomen. Rode lijst. Bedreigd. Wallonië: Niet in Wallonië. |