Namen Nederland: Dubbelloof Frysk: Mantsjes en wyfkes English: Deer fern (Hard fern) Français: Fougère pectinée Deutsch: Rippenfarn Wetenschappelijk: Blechnum spicant Familie: Dubbellooffamilie, Blechnaceae Beschrijving Afmeting: 25 tot 80 cm. Levensduur: Overblijvend. Sporen: Juni t/m september. Wortels: Een forse wortelstok met veel bruine, spitse schubben. Stengels: De bladstelen zijn kort (tot 1/3 keer zo lang als het blad) en donker paarsbruin. Die van de vruchtbare bladeren zijn forser. Bladeren: De bladeren zijn wintergroen. De meeste zijn onvruchtbaar en staan in een rozet. Ze zijn lijnvormig tot langwerpig, veerdelig, enigszins leerachtig, hangen over en worden tot 50 cm lang. In het midden van de rozet groeien enkele vruchtbare, rechtopstaande bladen, die tot 80 cm lang worden. De bladslippen zijn smaller (lijnvormig). Vruchten: De sporen vind je op de hele bladonderkant. Biotoop Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkarme, zure en humusrijke zand- en leemgrond. Groeiplaatsen: Loofbossen, naaldbossen, vaak op greppelwandjes, duinen (duinvalleien), houtwallen, struwelen, hakhout en langs beschaduwde sloten en beken. Verspreiding Wereld
 In een groot deel van Europa. Ook in Noordwest-Afrika, Oost-Azië (Japan) en in het westen van Noord-Amerika. Nederland
 Vrij algemeen in het oosten en midden van het land, zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden. Rode lijst 2. Sterk afgenomen. Vlaanderen
 Vrij algemeen in de Kempen en in de Zand- en Zandleemstreek. Elders vrij zeldzaam tot zeldzaam. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Vrij algemeen in de Ardennen. Elders vrij zeldzaam tot zeldzaam. Rode lijst. Niet bedreigd. Wetenswaardigheden De naam slaat op de 2 soorten bladen. De vruchtbare bladeren staan rechtop, terwijl de onvruchtbare overhangen of op de grond liggen. |