| Namen Nederlands: Donzige eik (Zachte eik) English: Downy oak Français: Chêne pubescent (Chêne blanc) Deutsch: Flaum-Eiche Wetenschappelijk: Quercus pubescens Familie: Napjesdragersfamilie, Fagaceae Beschrijving Afmeting: 3 tot 20 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei. Stam: De schors is donkergrijs met fijne diepe groeven. Takken: De takken staan af en zijn bij de stam verdikt. Jonge takken zijn bruin en dicht bedekt met zachte, viltige grijze haren. De 4 tot 7 mm grote knoppen zijn oranjebruin. Bladeren: De bladeren zijn omgekeerd eirond met een breed wigvormige voet. Eerst zijn ze donzig behaard, later worden ze aan de bovenkant kaal. Dan zijn ze grijsgroen. Verder zijn ze gegolfd of gelobd met 4 tot 8 paar brede afgeronde, naar voren gerichte lobben. De bladsteel is 0,5 tot 1,2 cm lang en dicht zachtharig. Hij valt pas in het volgend voorjaar af. Bloemen: De bloemen verschijnen samen met de bladeren. De mannelijke bloemen hangen in dunne, gele katjes omlaag. De vrouwelijke bloemen zijn klein en onopvallend. Vruchten: De eikels zitten in zachtharige, geschubde napjes en zijn al in het eerste jaar rijp. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op droge, kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Struwelen, loofbossen en zonnige hellingen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. De soort bereikt in België zijn noordgrens. Nederland: Niet in Nederland. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië: Zeer zeldzaam in het Maasgebied. Beschermd. Rode lijst. Bedreigd. |