Namen Nederlands: Donkergroene basterdwederik (Donkergroen wilgeroosje, Donkergroen wilgenroosje) Frysk: Taaie tieneblom English: Dark-green willow-herb (Dwarf willowherb) Français: Epilobe foncé Deutsch: Dunkelgrünes Weidenröschen Wetenschappelijk: Epilobium obscurum Familie: Teunisbloemfamilie, Onagraceae Beschrijving Afmeting: 20 tot 90 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli en augustus. Wortels: Een wortelstok met ondergrondse en bovengrondse uitlopers. Stengels: De ronde, zwak behaarde stengels hebben 2 tot 4 smalle lijsten. De stengels zijn gemakkelijk samen te drukken. Bladeren: De bladeren staan tegenover elkaar, maar de bovenste staan verspreid. Ze zijn eirond tot meestal langwerpig, dun en teer. Aan de rand zijn ze verwijderd getand. Ze hebben een wigvormige voet en vrijwel geen steel. Bloemen: De uitgerande kroonbladen zijn paarsroze. De bloemen worden 4 tot 7 mm groot. De stempel is knotsvormig. De bloemknoppen zijn stomp. Vruchten: De doosvrucht is 4 tot 6 cm lang. Biotoop Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, zwak zure grond (zand en veen). Groeiplaatsen: Waterkanten (weilandbeekjes, slootkanten, zandstrandjes langs bosbeken en vijvers), lichte loofbossen, moerasbossen, drassige kapvlakten, laagveenmoerassen en duinen (duinvalleien). Verspreiding Wereld
 In Europa, behalve in het noordoosten. Ook in Noordwest-Afrika. Nederland
 Vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam in Zeeland. Verspreidingskaart Vlaanderen
 Vrij zeldzaam in de Kempen, de Leemstreek en de Maasvallei. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. De soort ontbreekt vrijwel in West-Vlaanderen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Vrij zeldzaam in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. |