Dagkoekoeksbloem

Namen

Wetenschappelijk: Silene dioica (Melandrium rubrum, Melandrium dioicum)

Nederlands: Dagkoekoeksbloem

Frysk: Reade koekútsblom

English: Red campion (Red catchfly, English maiden)

Français: Compagnon rouge

Deutsch: Rote Lichtnelke

Familie: Anjerfamilie, Caryophyllaceae

Geslacht: Silene

Kruising: Dagkoekoeksbloem kan een kruising vormen met Avondkoekoeksbloem (Silene x hampeana, Bastaardkoekoeksbloem). De bastaard is grotendeels vruchtbaar en vormt soms bastaardzwermen met de ouders. De kroonbladen zijn meestal roze.

Naamgeving: De naam koekoeksbloem is mogelijk ontstaan doordat de planten bloeien als de Koekoek weer in het land is en begint te roepen. In de bladoksels zie je vaak schuim, waarin de larve van een schuimcicade leeft (het koekoeksspuug). Het zou dus ook kunnen dat de naam daarvan afkomstig is. Silene verwijst naar de bosgod Silenus, de Griekse vader van de silenen, die vaak met een dikke buik, net als de kelk van sommige soorten, dronken en rijdend op een ezel werd afgebeeld. Volgens anderen stamt silene af van het Griekse sialon (speeksel), omdat vele soorten kleverig zijn. Dioica betekent tweehuizig.

Beschrijving

Afmeting: 30 tot 90 cm.

Levensduur: Overblijvend, zelden tweejarig. Hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond).

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september, oktober en november.

Wortels: Een kruipende wortelstok. Worteldiepte 50 cm tot 1 meter.

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn zacht behaard, maar ze hebben geen klierharen en zijn dus niet kleverig. De planten groeien vaak in groepen.

Bladeren: De tot 10 cm lange bladeren zijn breed langwerpig tot eirond en boven het midden het breedst. De middelste en onderste bladeren zijn aan de top afgerond met een korte spits. De onderste bladeren zijn gesteeld. De bovenste hebben een korte steel of zijn zittend.

Bloemen: Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De niet geurende bloemen staan met vele bij elkaar in losse, vertakte bloeiwijzen. Ze zijn roze of zelden wit en 1,8-2½ cm. Ze hebben vijf stijlen. Mannelijke kelken hebben tien nerven, de vrouwelijke twintig. De kelken worden tot 1½ cm lang.

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten worden soms iets langer dan 1 cm en hebben tien naar buiten omgerolden banden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop

Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende, humeuze, zandige grond (zand, leem en laagveen).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen, parkbossen), bosranden (zomen), struwelen, hakhoutbosjes, houtwallen, heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), grasland (hooiland), bermen, zeeduinen, en ruigten.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit koude en gematigde streken in Noord-, West- en Midden-Europa tot in Centraal-Azië. Elders ingeburgerd (koel-gematigde, vochtige gebieden).

Dagkoekoeksbloem - Silene dioica

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de kleigebieden van Zeeland, Groningen en Fryslân en in het Waddengebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Silene x hampeana (Dagkoekoeksbloem x Avondkoekoeksbloem)

Vlaanderen: Algemeen, maar zeer zeldzaam in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Dagkoekoeksbloem - Silene dioica

Wallonië: Algemeen.

Wetenswaardigheden
Dagkoekoeksbloem werd als een duivelsplant beschouwd. Wie de plant plukte zou een vroege dood sterven. Een legende vertelde dat als een kind de Dagkoekoeksbloem plukte zijn vader zou sterven en zijn moeder als het de Avondkoekoeksbloem plukte.

Oude illustraties

Klik op de afbeelding om te vergroten.

Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)

Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)

Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)

Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)
a Lychnis sylvestris

Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)

British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)

Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)

Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)

Rariorum plantarum historia, deel 1, C. Clusius (1601)

© 2001-2015 Klaas Dijkstra, Langedijke