Aanmelden Vakantiekrant.nl nieuwsbrief
Citroenmelisse - Melissa officinalis

Namen
Nederlands: Citroenmelisse
Frysk: Sitroenmelisse
English: Lemon balm (Common balm)
Français: Mélisse (Mélisse officinale, Citronnelle)
Deutsch: Zitronenmelisse (Melisse)
Wetenschappelijk: Melissa officinalis
Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae)

Beschrijving
Afmeting: 40 tot 90 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Juli t/m september.
Wortels: Met uitlopers.
Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn vierkant, lichtgroen, vertakt en beklierd.
Bladeren: De geelgroene, naar citroen geurende bladeren zijn gesteeld, eirond tot ruitvormig, gekarteld of diep getand en aan de voet afgeknot of min of meer hartvormig.
Bloemen: De bloemen staan in schijnkransen in bebladerde, armbloemige aren. De naar 1 kant gekeerde bloemen zijn wittig of bleekgeel en vaak roze aangelopen. Ze zijn 0,8 tot 1,5 cm groot. De bovenlip staat rechtop. De onderlip is 3-lobbig.
Vruchten: De zaden zijn donkerbruin tot zwart, met een witte punt en ongeveer 1 mm lang.

Biotoop
Bodem: Meestal licht beschaduwde, soms zonnige plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke grond.
Groeiplaatsen: Struwelen, akkers en stedelijke gebieden.

Verspreiding
Wereld
Citroenmelisse - Melissa officinalis
Oorspronkelijk uit Zuid-Europa en het Middellandse-Zeegebied. Ingeburgerd elders in Europa, o.a. in Zuid-Zweden, Denemarken, Groot-Brittannië en Duitsland. Ook ingeburgerd in Amerika, Australië en Nieuw Zeeland.

Nederland: Zeldzaam ingeburgerd in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Verwilderd vanuit tuinen. Mogelijk zeldzaam ingeburgerd.

Wallonië
Citroenmelisse - Melissa officinalis
Op een aantal plaatsen ingeburgerd.

Wetenswaardigheden
De naam Melissa officinalis komt van de oude Grieken. De Griekse naam voor Honingbij is Melissa. De plant trekt bijen aan. Citroenmelisse werd medicinaal al 2000 jaar geleden door de Grieken gebruikt. De Arabieren brachten de plant naar Spanje en de Benedictijner monniken naar onze streken, waar hij al vroeg gekweekt werd in kloostertuinen. Citroenmelisse werd in Zuid-Europa 'hartelust' en door de Zwitserse arts Paracelsus 'levenselixer' genoemd. Hij geloofde dat dit kruid een mens weer volledig tot leven kon wekken. Deze mening werd gesteund door de London Dispensary uit 1696: 'Citroenmelisse zal, indien elke ochtend toegediend, iemand jonger maken, het denkvermogen versterken en een smachtende aard wat opvrolijken'. De eigenschap om Melisse olie te verkrijgen wordt al eeuwen door kruidendeskundigen beschreven en ook tegenwoordig wordt het nog binnen de aromatherapie gebruikt om depressies te verminderen. Leg de verse bladeren direct op insectenbeten en zweren of maak er een papje van en leg dat erop. Een aftreksel van de bladeren als thee kun je gebruiken voor verlichting bij chronische bronchitis, kou met koorts, hoofdpijn en om spanningen wat te verminderen. De thee geeft een ontspannen gevoel. Het kruid is goed bij een moeilijke spijsvertering, het werkt krampstillend op de maag en de darmen en is windenverdrijvend. Citroenmelisse is ook goed tegen slapeloosheid, vaak gecombineerd met Lavendel en Meidoorn. Het heeft verder een antivirale werking bij herpesinfecties. Melisse kun je o.a. gebruiken bij: allergieën, astma, bronchitis, chronische hoest, gebrek aan eetlust, depressie, migraine, misselijkheid, ingewandstoornissen, postnatale problemen, hartkloppingen, onregelmatige menstruatie, opgeblazen gevoel, slapeloosheid, angst, depressiviteit, spanning, shock en stress. Melisse kan in zeer lage concentratie ook gebruikt worden om eczeem en andere huidproblemen te behandelen. Fijn gehakte verse bladeren kunnen worden toegevoegd aan salades, witte sauzen voor vis, mayonaise, zuurkool of haring in het zuur. Ook kan citroenmelisse toegevoegd worden aan fruitsalades, gelei, custardpudding, vruchtendranken en wijnen. Van een aftreksel van verse bladeren kan melisse thee worden gezet.

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)

© 2001-2012 Klaas Dijkstra