 | Namen Nederlands: Canadese fijnstraal Frysk: Fyn tongersied English: Canadian horseweed (Canada horseweed, Dwarf horseweed, Fleabane, Hogweed, Horseweed, Horseweed fleabane, Mares tail, Marestail) Français: Érigéron du Canada Deutsch: Kanadisches Berufkraut Wetenschappelijk: Conyza canadensis (Erigeron canadensis) Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Beschrijving Afmeting: 15 cm tot 1,5 meter. Levensduur: Eenjarig of tweejarig. Bloeimaanden: Juli t/m september. Wortels: Een vrij dunne, stevige penwortel. Bovenaan zitten horizontale zijwortels en onderaan aftakkende zijwortels die naar beneden gaan. Stengels: De vrij ruwe stengel is vooral in de bovenste helft vertakt en verspreid behaard. Bladeren: De rozetbladen zijn spatel- tot ruitvormig en naar de top verwijderd gekarteld tot grof getand. De stengelbladen staan verspreid en zijn lijnvormig tot langwerpig. Ze hebben een gave rand of zijn fijn getand. Ze zijn 2 tot 5 cm lang, gesteeld en behaard. Bloemen: De vele bloemhoofdjes vormen samen een sterk vertakte, pluimvormige bloeiwijze. De bloemhoofdjes zijn eivormig en 2 tot 5 mm groot. De lintbloemen zijn wit of soms vuilroze en weinig langer dan de gele schijfbloemen. Het omwindsel is meestal kaal en lijnvormig. De binnenste omwindselbladen zijn 4 tot 4½ mm lang. Vruchten: De 1 tot 1,5 mm lange zaadjes met vruchtpluis zijn zeer licht en worden door door de wind ver verspreid. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, omgewerkte of braakliggende, min of meer humusarme, matig zure tot kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: In de voegen van bestrating, aan de rand van trottoirs langs gevels en muren, wegranden, braakliggende grond, braakliggende akkers, afgravingen (zandafgroeven), haventerreinen, industrieterreinen, bouwterreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen, oude muren, verwaarloosde tuinen, langs heggen, duinen (buitenste duinen en randen van zandige strandvlakten), duinen, drooggevallen zandplaten, ingedijkte zandige schorren en puinhopen. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Tegenwoordig is de plant op veel plaatsen in gematigde en warme streken te vinden. De soort is in de 17e eeuw vanuit Canada in enkele botanische tuinen in Europa ingevoerd en van daaruit later verwilderd. Sinds de 18e eeuw komt de plant voor in Nederland. In Ierland verscheen zij pas in 1978. Nederland
 Zeer algemeen, maar wat minder algemeen in het noordoosten van het land. Vlaanderen
 Zeer algemeen, maar wat minder algemeen in de Leemstreek. Rode lijst. Criteria niet van toepassing. Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden De soortsaanduiding canadensis verwijst naar het gebied van herkomst. In Noord-Amerika werd de plant door de Navajo indianen gebruikt tegen puisten en tegen slangengif. De Chippawa gebruikten het tegen menstruatiepijn. Een extract wordt wel gebruikt tegen aambeien. Een aftreksel van 2 theelepels van delen van de bloeiende plant per kop water zou helpen tegen menstruatiepijn, baarmoederbloeding en diarree. |