 | Namen Nederlands: Brem Frysk: Bremerheide English: Scotch broom (Amber elf dwarf broom, Broomtops, Common broom, European broom, Irish broom, Scotchbroom, Scots broom) Français: Genêt à balais Deutsch: Besenginster Wetenschappelijk: Cytisus scoparius (Sarothamnus scoparius) Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae Beschrijving Afmeting: 60 cm tot 2 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei en juni. Soms weer in de herfst. Wortels: Brem heeft een forse penwortel met veel zijwortels. Stam: De opstijgende tot rechtopstaande stam heeft een bruine schors, is enkele dm lang en enkele cm dik. Takken: De donkergroene takken zijn wintergroen. Ze zijn sterk bezemvormig vertakt met 5-kantige, rechtopstaande, taaie en meestal kale takjes. Bladeren: De bladeren zijn in de lente gesteeld. De bovenste zijn enkelvoudig en niet gesteeld. De onderste bladeren zijn 3-tallig. De deelblaadjes zijn smal eirond tot langwerpig en worden tot 2 cm lang. Ze zijn van onderen zijdeachtig behaard, maar na de bloei kaal. Soms zijn ze schubvormig. Bloemen: De bloemen staan alleen of met 2 bij elkaar op kromme stelen, met een paar schutblaadjes in de bladoksels. De kelk heeft 2 lippen, is onopvallend getand en wordt spoedig loodgrijs. De gele kroon heeft aan de voet van de 1½ tot 2 cm lange vlag een honingmerk. De gesloten kiel steekt recht vooruit, maar is na de bloei omlaag geklapt. Alle 10 meeldraden zijn aan de voet vergroeid, 4 ervan zijn veel langer dan de andere. Vruchten: De platte peulen zijn 2-kleppig. Op de naden zijn ze dicht gewimperd. Ze zijn zwartgrijs of bruinzwart en 2½ tot 4 cm lang. Ze bevatten vrij veel zaden. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen op voedselarme, droge, zure tot zwak zure, kalkarme en vaak omgewerkte grond (zand, leem, veen en löss). Groeiplaatsen: Hellingen, bermen, langs spoorwegen (spoordijken), bosranden, struwelen, open plekken in loofbossen, langs brede boswegen, kapvlakten, heide, duinen, voormalige akkers, randen van rivierdalen en op wanden van afgravingen (zandgroeven). Verspreiding Wereld
 In West-, Zuidwest- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Schotland en Zuid-Zweden. Ingeburgerd elders in gematigde streken. Ook in Nieuw-Zeeland en op de eilanden Madeira en Tenerife. Nederland
 Algemeen in het oosten en midden van het land, vrij algemeen in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in het duingebied. Als spoorwegbegeleider ook buiten de zandstreken. Vlaanderen
 Algemeen. Het meest in de Kempen en de Vlaamse zandstreek. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen. Wetenswaardigheden Brem werd gebruikt om bezems van te maken door de takken om een stok te binden (in het Engels betekent broom zowel brem als bezem). Ook de Romeinen kenden deze toepassing al. Heksen zouden de brem gebruiken voor hun heksenbezem, in andere streken werd de Brem juist als een afweermiddel tegen heksen gezien. In het verleden werd de vezel van de plant in tijden van schaarste gebruikt als vervanger van jute. In Engeland plantte men Brem langs stukjes grond waar schapen graasden, zodat de dieren de bloemen en jonge scheuten aten en zo gezond bleven. Brem bevat een alkaloide dat slangengif kan neutraliseren en het bevat het giftige sparteïne dat een stimulerende werking heeft op het hart. In de fytotherapie wordt de plant daarom ook gebruikt bij hartzwakte. Ook wordt brem gebruikt bij lichte reumatische aandoeningen. Van de jonge scheuten en bloemen werd ook een verzachtende thee en wijn bereid. De as van de brem werd, gemengd met wijn, gebruikt tegen waterzucht. Wanneer insecten de bloem bezoeken, wordt het stuifmeel op hen afgeschoten. |