Brem

Namen

Wetenschappelijk: Cytisus scoparius (Sarothamnus scoparius)

Nederlands: Brem

Frysk: Bremerheide

English: Scotch broom (Amber elf dwarf broom, Broomtops, Common broom, European broom, Irish broom, Scotchbroom, Scots broom)

Français: Genêt à balais

Deutsch: Besenginster

Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae

Geslacht: Cytisus, Brem

Naamgeving: Cytisus komt van kutisos (het Griekse woord voor klaver). Het was de naam voor de in het gebied van de Middellandse Zee inheemse Medicago arborea en was reeds bij Hippocrates in gebruik. Een tweede verklaring is dat de naam van het Griekse eiland Cythnus komt, waar Brem veel voorkwam. Scoparius komt van het Latijnse scopa en betekent dunne tak.

Brem - Cytisus scoparius

Beschrijving

Afmeting: 60 cm tot 2 meter.

Levensduur: Overblijvend. Fanerofyt (winterknoppen minstens 50 cm boven de grond, heester).

Bloeimaanden: Mei en juni. Soms weer in september en oktober.

Wortels: Een forse penwortel met veel zijwortels. Worteldiepte tot meer dan 1 meter.

Stam: De opstijgende tot rechtopstaande stam heeft een bruine schors, is enkele dm lang en enkele cm dik.

 

Takken: De donkergroene takken zijn wintergroen. Ze zijn sterk bezemvormig vertakt met 5-kantige, rechtopstaande, taaie en meestal kale takjes.

Bladeren: De bladeren zijn in de lente gesteeld. De bovenste zijn enkelvoudig en niet gesteeld. De onderste bladeren zijn 3-tallig. De deelblaadjes zijn smal eirond tot langwerpig en worden tot 2 cm lang. Ze zijn van onderen zijdeachtig behaard, maar na de bloei kaal. Soms zijn ze schubvormig.

Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen staan alleen of met 2 bij elkaar op kromme stelen, met een paar schutblaadjes in de bladoksels. De kelk heeft 2 lippen, is onopvallend getand en wordt spoedig loodgrijs. De gele kroon heeft aan de voet van de 1½ tot 2 cm lange vlag een honingmerk. De gesloten kiel steekt recht vooruit, maar is na de bloei omlaag geklapt. Alle 10 meeldraden zijn aan de voet vergroeid, 4 ervan zijn veel langer dan de andere.

Vruchten: Een doosvrucht. De platte peulen zijn 2-kleppig. Op de naden zijn ze dicht gewimperd. Ze zijn zwartgrijs of bruinzwart en 2½ tot 4 cm lang. Ze bevatten vrij veel zaden. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op voedselarme, droge, zure tot zwak zure, kalkarme en vaak omgewerkte grond (zand, leem, veen en löss).

Groeiplaatsen: Hellingen, bermen, langs spoorwegen (spoordijken), bossen (open plekken in loofbossen, langs brede boswegen), bosranden, struwelen, kapvlakten, heide, zeeduinen, grasland (droog zuur grasland), voormalige akkers, randen van rivierdalen en op wanden van afgravingen (zandgroeven).

Verspreiding

Wereld
West-, Zuidwest- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Schotland en Zuid-Zweden. Ingeburgerd elders in gematigde streken. Ook in Nieuw-Zeeland en op de eilanden Madeira en Tenerife.
Brem - Cytisus scoparius

Nederland
Algemeen in het oosten en midden van het land, vrij algemeen in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in het duingebied. Als spoorwegbegeleider ook buiten de zandstreken.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Vlaanderen
Algemeen. Het meest in de Kempen en de Vlaamse zandstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.
Brem - Cytisus scoparius

Wallonië
Algemeen.

Wetenswaardigheden

Brem werd gebruikt om bezems van te maken door de takken om een stok te binden (in het Engels betekent broom zowel brem als bezem). Ook de Romeinen kenden deze toepassing al. Heksen zouden de brem gebruiken voor hun heksenbezem, in andere streken werd de Brem juist als een afweermiddel tegen heksen gezien. In het verleden werd de vezel van de plant in tijden van schaarste gebruikt als vervanger van jute. In Engeland plantte men Brem langs stukjes grond waar schapen graasden, zodat de dieren de bloemen en jonge scheuten aten en zo gezond bleven. Brem bevat een alkaloide dat slangengif kan neutraliseren en het bevat het giftige sparteïne dat een stimulerende werking heeft op het hart. In de fytotherapie wordt de plant daarom ook gebruikt bij hartzwakte. Ook wordt brem gebruikt bij lichte reumatische aandoeningen. Van de jonge scheuten en bloemen werd ook een verzachtende thee en wijn bereid. De as van de brem werd, gemengd met wijn, gebruikt tegen waterzucht. Wanneer insecten de bloem bezoeken, wordt het stuifmeel op hen afgeschoten.

Oude illustraties

Klik op de afbeelding om te vergroten.

Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)

Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a. (1807)

Vollständige Beschreibung und Abbildung der Sämmtlichen Holzarten, F.L. Krebs (1826)

La botanique de J.J. Rousseau, J.J. Rousseau, P.J. Redouté (1805)

Medical Botany, deel 3, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)

Traité des arbrisseaux et des arbustes cultivés en France, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1825)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)

Medizinal Pflanzen, deel 3, F.E. Köhler (1890)

Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)

Nouvelle iconographie fourragère, Atlas, J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)

Unsere Waldbäume, Sträucher und Zwergholzgewächse, L. Klein (1910)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)

British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)

Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)

Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)

The garden. An illustrated weekly journal of horticulture in all its branches, deel 42, William Robinson (1892)

Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)

© 2001-2015 Klaas Dijkstra, Langedijke