Namen Nederlands: Bosgeelster Frysk: Boskgoudstjer English: Yellow Star-of-Betlehem Français: Gagée jaune Deutsch: Wald-Gelbstern Wetenschappelijk: Gagea lutea Familie: Leliefamilie, Liliaceae Beschrijving Afmeting: 10 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Maart t/m mei. Wortels: Een ronde, toegespitste bol. Stengels: De stengels zijn kaal. Bladeren: De alleenstaande, grondstandige bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig, vlak en 0,5 tot 1,2 cm breed. Meestal zijn ze geelgroen. De 2 langwerpige stengelbladen zijn bijna tegenoverstaand. Ze hebben een behaarde rand en soms broedbolletjes in de oksels. Bloemen: De gele bloemen staan schermvormig met 2 tot 10 bij elkaar. Ze zijn 1½ tot 2½ cm groot en stervormig. De bloemdekbladen hebben een afgeronde top. Bij het uitbloeien rollen ze achterover en zijn dan dofgroen. Vruchten: Een doosvrucht met zaden. Het zaad heeft een mierenbroodje en wordt door mieren verspreid. Broedbolletjes kunnen uitgroeien tot een nieuwe plant. Biotoop Bodem: Licht beschaduwde of zonnige plaatsen op vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot vrij kalkrijke zandgrond. Ook op regelmatig kortstondig overstroomde plekken. Groeiplaatsen: Loofbossen, parkbossen, struwelen, boomgaarden, oeverwallen in beekbegeleidende loofbossen, bronhellingen, grasland, beschaduwde bermen, perken en grasveldjes in oudere delen van dorpen. Verspreiding Wereld
 In delen van West-, Midden- en Oost-Azië (met grote onderbrekingen in Siberië) en in bijna heel Europa. Westelijk tot in Engeland. Nederland
 Zeldzaam in Drenthe en zeer zeldzaam in Groningen, in Twente, in de Achterhoek, in het rivierengebied (o.a. in het Geuldal in Zuid-Limburg) en aan de Hollandse binnenduinrand. Vlaanderen
 Zeer zeldzaam. Het meest in oost-Vlaanderen. Rode lijst. Zeer zeldzaam. Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Wetenswaardigheden Bosgeelster wordt ook wel gerekend tot de stinzenplanten. |