Namen Nederlands: Boerenkrokus (Boerencrocus) Frysk: Boerekrookje English: Tomasini's Crocus (Early Crocus, Snow Crocus, Tommasinis Crocus, Tommies, Woodland Crocus) Français: Crocus de Tommasini Deutsch: Dalmatiner Krokus Wetenschappelijk: Crocus tommasinianus Familie: Lissenfamilie, Iridaceae Beschrijving Afmeting: 10 tot 20 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Februari en maart. Wortels: Een knol, die elk jaar extra knolletjes vormt. Bladeren: De bladeren zijn 2 tot 4 mm breed, wat smaller dan die van Bonte krokus. Bloemen: De langwerpige tot elliptische bloemdekbladen hebben meestal een vrij spitse top. Ze zijn lila of licht paarsblauw met een grijswitte buis. Bij zonneschijn staan ze stervormig uit. De helmdraden zijn behaard. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, liefst kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Bij buitenplaatsen, parkbossen, weiland, veenweiden. Oorspronkelijk in loofbossen en op beschaduwde hellingen, vooral op kalksteen, op een hoogte tussen 1000 en 1500 meter. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit de Balkan (in Servië, Montenegro, Hongarije en het noordwesten van Bulgarije). Ingeburgerd in enkele West-Europese landen en in Noord-Amerika. Nederland
 Zeldzaam ingeburgerd als stinzenplant, maar plaatselijk zeer veel. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen, maar soms wel verwilderd vanuit tuinen. Wallonië: Niet in Wallonië. Wetenswaardigheden Boerenkrokus behoort tot de stinzenplanten. In Zuidwest-Fryslân staan ze hier en daar in weiland, waar ze terecht zijn gekomen met aarde van afgegraven terpen, die voor verhoging en bemesting van veenweiden werd gebruikt. De Boerenkrokus is genoemd naar de botanicus Tommasini (1794-1879) die zich verdiept heeft in de Dalmatische flora. De soort werd in 1847 in Engeland geïntroduceerd en kort daarna ook in Nederland. De plant is nauw verwant aan de Bonte krokus (Crocus vernus). Beide soorten kunnen met elkaar kruisen. |