Namen Nederlands: Blauwgras English: Blue Moor Grass Français: Seslérie bleue Deutsch: Kalk-Blaugras Wetenschappelijk: Sesleria albicans (Sesleria caerulea subsp. calcarea) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 5 tot 50 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei. Wortels: Met een korte wortelstok. Stengels: Alle stengelknopen zitten in het onderste deel. Dit gras vormt dichte pollen. Bladeren: De stugge, stijf rechtopstaande bladeren zijn groen met een blauwachtige tint. Ze staan enigszins waaiervormig uitgespreid. Verder zijn ze kaal, 2 tot 3 mm breed, hebben een ruwe rand en een opvallende middennerf. De top is plotseling toegespitst. Het tongetje is 0,5 mm lang en fijn gewimperd. Aan de voet zitten schubvormige, vliezige schutbladen. Bloemen en vruchten: De bloemen vormen een korte, compacte 1 tot 3 cm lange pluim. De pluim is eivormig tot langwerpig, dichtbloemig, grijspaars en heeft zeer korte assen. De aartjes zijn 2-bloemig. De kelkkafjes hebben 1 nerf. Ze zijn eirond, allemaal ongeveer even groot, iets korter dan het hele aartje en aan de top toegespitst in een scherpe punt. Het onderste kroonkafje is blauwachtig. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open paatsen op droge, matig voedselarme, kalkrijke, humusarme grond (mergel en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Kalkgrasland, hellinggrasland, rotsrichels en rotsachtige plekken in hellingbossen (loofbossen). Verspreiding Wereld
 In berggebieden in Zuidwest-Azië, Midden- en West-Europa. Van IJsland en de Pyreneeën tot in Polen en de Balkan. Nederland
 Vroeger zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, bij Maastricht. Voor het laatst gevonden in 1986. Rode lijst 0. Verdwenen. Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Rode lijst. Met uitsterven bedreigd. Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wetenswaardigheden Blauwgras wordt ook gekweekt en in siertuinen aangeplant, vaak in rotstuintjes. |