 | Namen Nederlands: Bitterzoet Frysk: Hûnebeistal English: Woody Nightshade (Bitter Nightshade, Bittersweet, Bittersweet Nightshade, Blue Nightshade, Climbing Nightshade, Deadly Nightshade, European Bittersweet, Fellenwort) Français: Douce-amère Deutsch: Bittersüßer Nachtschatten Wetenschappelijk: Solanum dulcamara Familie: Nachtschadefamilie, Solanaceae Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 2 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m september. Wortels: Een vertakte, kruipende wortelstok. Stengels: De stengels kunnen klimmen, op de grond liggen, rechtop staan of soms winden. Ze hebben een houtige stengelvoet. Bladeren: De variabele bladeren zijn donkergroen en vaak paars aangelopen. Ze kunnen kaal of behaard zijn en langwerpig tot eirond. Verder zijn ze spits, gesteeld en niet gedeeld of (met name de bovenste bladeren) pijlvormig of je ziet aan de voet 1 of 2 (soms tot 4) oortjes. Bloemen: De bloemen vormen vrij rijkbloemige (10 tot 25), hangende, schermvormige trossen. De steel staat meestal ongeveer tegenover een blad. De knikkende bloemen zijn 5-delig, blauwpaars, zelden wit en 1 tot 1½ cm groot. Ze hebben teruggeslagen kroonslippen en vaak 2 groene vlekken aan de voet en een witte rand. De bleekgele helmknoppen zijn onderling vergroeid. De kelk is ondiep gelobd. Vruchten: De giftige, hangende, glanzende bessen zijn eerst groen, later worden ze rood. Ze zijn eivormig tot iets langwerpig. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vaak natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (alle grondsoorten). Groeiplaatsen: Bosranden, heggen, moerasbossen, grienden, kapvlakten, aanspoelselgordels, drijftillen, moerassen (verlandingsvegetaties), waterkanten (o.a. langs voedselrijke hoogveenwijken of heidevennen en langs greppels), duinen, ruigten, plantsoenen, tegen hekwerk, op oude muren, in oude knotbomen, struwelen (o.a. jeneverbesstruweel), langs spoorwegen (spoordijken) en aan de voet van stenige hellingen. Verspreiding Wereld
 Gematigde streken op het noordelijk halfrond. In Zuidoost-Azië tot in de tropen. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika en Nieuw Zeeland. Nederland
 Algemeen. Vlaanderen: Algemeen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wetenswaardigheden Zoals bij vrijwel alle Solanum-soorten zijn de bladeren giftig. Bitterzoet bevat meerdere glycosiden. Als je op de stengel kauwt proef je eerst de bittere smaak van de glycosiden, maar doordat deze door het speeksel worden ontleed en er sacharose vrijkomt, komt de zoete smaak naar voren. Vandaar de naam Bitterzoet. De middeleeuwse naam amora dulcis betekent hetzelfde, maar dan in het Latijn. Uit de volksnamen blijkt dat de stengel houtig (Stinkhout, Zoethout) en de plant giftig ('dol'= Dolkruid) is en in verband werd gebracht met elfen. De stengels bevatten ook alkaloïden. In de volksgeneeskunde werden drie handen gedroogde bladen, samen met 100 gram lijnzaadmeel gekookt in een liter (rode) wijn. Men liet het met een ons reuzel inkoken tot een papje. Dit papje werd toegepast bij steenpuisten. Een overdosis leidt onder andere tot verlies van spraak. In de farmacie wordt de plant voor meerdere huidaandoeningen gebruikt. De oude Egyptenaars gebruikten de plant al. Voor hen had Bitterzoet waarschijnlijk ook een rituele betekenis. Om de nek van de mummie van Toetanchamon werd namelijk een ketting van bessen van de Bitterzoet aangetroffen. In Duitsland hingen de boeren wel eens Bitterzoet om de nek van hun vee om het te beschermen tegen kwade geesten. Bitterzoet bestreed ook duizeligheid in het hoofd. |