 | Namen Nederlands: Bergsteentijm English: Wood calamint Français: Calament des bois Deutsch: Wald-Bergminze Wetenschappelijk: Clinopodium menthifolium (Satureja calamintha subsp sylvatica, Calamintha sylvatica, Calamintha menthifolium, Calamintha menthifolia, Thymus calamintha) Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Ondersoorten: Bergsteentijm wordt vaak verdeeld in talrijke ondersoorten (of soms aparte soorten). Zie ook: Opstijgende steentijm (Calamintha ascendens). Beschrijving Afmeting: 30 tot 80 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli t/m september. Wortels: Wortelstokken met lange uitlopers. Stengels: De rechtopstaande stengels zijn nauwelijks vertakt. Ze dragen lange haren. Bladeren: De donkergroene, eironde, gesteelde bladeren zijn 3½ tot 7 cm lang. Ze hebben 6 tot 10 paar vrij diepe tanden en verspreiden een muntgeur. De zijnerven van het blad buigen af voor de bladrand. Bloemen: De bloemen vormen samen losse, gesteelde kransen. Ze zijn paars, roze of lila met witte vlekken op de onderlip en 1,5 tot 2,2 cm groot. De onderlip is 3-lobbig en langer dan de kelk. De buisvormige kelk is 0,6 tot 1,1 cm lang en 2-lippig. In de keel zit een haarkrans. De kelk heeft 13 nerven. De bovenste kelktanden zijn 1½ tot 2 mm lang, de onderste 3 tot 4 mm. Ook na de bloei zijn ze naar voren gericht. Op de vertakkingspunten groeien langwerpige schutblaadjes. Biotoop Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke grond (stenige plaatsen en mergel). Groeiplaatsen: Lichte loofbossen, struwelen, bosranden, heggen, kalkgrasland, grazige hellingen en rotsachtige plaatsen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië en Zuid-, Zuidwest- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland. Nederland
 Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Mogelijk ook nog op enkele andere plaatsen, o.a. in Nijmegen. Rode lijst 4. Stabiel. Vlaanderen: Mogelijk zeer zeldzaam ingeburgerd. Wallonië: Mogelijk zeer zeldzaam. |