Namen Nederlands: Berggamander English: Mountain Germander Français: Germandrée des Montagnes Deutsch: Berg-Gamander Wetenschappelijk: Teucrium montanum Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Beschrijving Afmeting: 10 tot 25 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Wortels: De wortels gaan vrij diep de bodem in. Stengels: De liggende of iets opstijgende stengels zijn aan de voet houtig. De plant vormt zoden. Bladeren: De wintergroene, aromatische blaadjes zijn 0,5 tot 2 cm groot. Ze zijn leerachtig, lijn-lancetvormig en niet getand. Van onderen zijn ze wit behaard en ze hebben een uitspringende middennerf. De rand van de blaadjes is omgerold. Bloemen: De bloemen vormen samen schijnkransen (platte hoofdjes) aan de stengeltoppen. Ze zijn bleekgeel of roomwit en 1,2 tot 1,5 cm groot. De kelk is vrijwel regelmatig 5-tandig. Biotoop Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselarme, kalkrijke grond (mergel en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Stenige plaatsen op kalkhellingen, rotsachtige plaatsen, kalkgrasland, op rotswandrichels en op puin. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Zuidwestwaarts tot in de Pyreneeën. Zeer zeldzaam in het noordelijke deel van Midden-Europa. Nederland
 Zeer zeldzaam in het westelijke deel van Zuid-Limburg. Rode lijst 1. Zeer sterk afgenomen. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië
 Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Rode lijst. Met uitsterven bedreigd. Beschermd. Wetenswaardigheden De plant heeft een aromatische geur, maar kan bij consumptie leverbeschadiging veroorzaken. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |