Namen Nederlands: Bergbeemdgras (Bosbeemdgras) Frysk: Boskmiedegers English: Broad-leaved Meadow-grass (Broadleaf Bluegrass) Français: Pâturin de Chaix Deutsch: Wald-Rispengras Wetenschappelijk: Poa chaixii (Poa sylvatica) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 40 cm tot 1 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Wortels: De plant heeft geen wortelstok en meestal ook geen uitlopers. Stengels: Bergbeemdgras groeit in dichte pollen. Bladeren: De bladscheden zijn sterk afgeplat. De onderste bladeren staan waaierachtig bijeen. Ze zijn 0,5 tot 1 cm breed en hebben een licht gekleurde scherpe rand. De bladtop is kapvormig. Het tongetje is afgeknot en hoogstens 1½ mm lang. Bloemen en vruchten: De bloeiwijze is recht of iets gebogen. De aartjes bevatten 3 tot 6 bloemen. Vaak bloeit de plant maar weinig. Biotoop Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme, zwak zure, kalkarme, lemige grond. Groeiplaatsen: Lichte loofbossen op bronhellingen, hellingbossen, parkbossen, bosranden, kapvlakten en lanen. Verspreiding Wereld
 In bergstreken in Midden-Europa, van Noord-Spanje tot Roemenië. Noordelijk tot in Zuid-België en Midden-Duitsland. Hier en daar ingeburgerd in Noord- en Noordwest-Europa en op een aantal plaatsen in Noord-Amerika. Nederland
 Zeer zeldzaam in het oosten van het land en misschien ook nog in Zuid-Limburg (langs de Geul). Elders ingeburgerd (aangevoerd met graszaad), o.a. aan de Hollandse binnenduinrand en in Midden-Nederland. Vlaanderen
 Zeer zeldzaam in de Leemstreek en de Kempen. Rode lijst. Zeer zeldzaam. Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied en de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Rode lijst. Niet bedreigd. Wetenswaardigheden In Noord- en Noordwest-Europa is het als siergras of als wintervoer voor het wild in landgoedbossen uitgezaaid en hier en daar ingeburgerd. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |