 | Namen Nederlands: Beklierde basterdwederik (Beklierd wilgenroosje, Beklierd wilgeroosje) Frysk: Kleverige tieneblom English: American willowherb (Fringed Willowherb, Hairy Willow-Herb, Hairy Willowherb, Hairy Willowweed) Français: Epilobe ciliée Deutsch: Drüsiges Weidenröschen Wetenschappelijk: Epilobium ciliatum (Epilobium adenocaulon) Familie: Teunisbloemfamilie, Onagraceae Beschrijving Afmeting: 30 cm tot 1,5 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Wortels: Een wortelstok met ondergrondse bladrozetten. De bovenste bladeren van dit rozet overwinteren net boven de grond. Stengels: De rechtopstaande stengels hebben 2 of 4 lijsten en zijn bedekt met veel klierharen en gewone, gekromde haren. Ze zijn vaak rood aangelopen. Bladeren: De eironde tot langwerpige bladeren staan meestal tegenover elkaar. Ze zijn onregelmatig getand, hebben een min of meer afgeronde tot zwak hartvormige voet en een korte steel van 2 tot 5 mm. Bloemen: De kleine, roze, zelden witte kroonbladen zijn diep ingesneden. De bloemen zijn 8 tot 10 mm groot. In knop staan ze rechtop. De stempel is knotsvormig. Vruchten: Aan de top van het zaad zit een doorschijnend aanhangsel. Het zaad heeft een haarkuif. Biotoop Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke of soms brakke, vaak omgewerkte grond (vrijwel alle grondsoorten). Groeiplaatsen: Bermen, wallen, muren, akkers, zandplaten in bedijkte zeearmen, braakliggende grond, ruderale plaatsen, uiterwaarden, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), haventerreinen, industrieterreinen, bouwterreinen, afgravingen (zandgroeven), plantsoenen, bloembakken, in de voegen van bestrating, moerassen, waterkanten (drooggevallen oevers en aanspoelselgordels langs rivieren), kapvlakten, verwaarloosde tuinen, grinddaken en dakgoten. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk komt de soort uit Noord-Amerika. Sinds het eind van de 19de eeuw is de plant ingeburgerd in Engeland. In Nederland werd Beklierde basterdwederik voor het eerst gevonden in 1915. Inmiddels heeft de plant zich over een groot deel van Noord-, West- en Midden-Europa uitgebreid. Nederland
 Plaatselijk vrij algemeen in Limburg, in Noord-Brabant, in het rivierengebied, in stedelijke gebieden en in het westen van het land. Zeldzaam in het noorden en noordoosten en zeer zeldzaam op de Waddeneilanden. Vlaanderen
 Plaatselijk algemeen. De soort heeft zich sterk uitgebreid. Rode lijst. Criteria niet van toepassing. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |