Namen Nederlands: Alpenbes English: Mountain Currant (Alpine Currant) Français: Groseillier des Alpes Deutsch: Alpenjohannisbeere Wetenschappelijk: Ribes alpinum Familie: Ribesfamilie, Grossulariaceae Beschrijving Afmeting: 60 cm tot 1,5 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei. Takken: De takken dragen geen doorns. Bladeren: De grof getande bladeren hebben 3 tot 5 lobben. Soms zijn ze dieper ingesneden. Ze zijn 2 tot 4 cm lang en meestal minder breed. Op de bovenkant zitten verspreide klierharen met rode kopjes. De bladsteel is ongeveer half zo lang als het blad. Bloemen: De struiken zijn tweehuizig. De trossen staan rechtop. De bloemen zijn geelgroen, 4 tot 6 mm groot en 5-tallig. Elke bloem heeft een schutblad van 4 tot 8 mm. Het schutblad is langer dan de bloemsteel. De kroonbladen zijn korter dan de kelkbladen. Mannelijke struiken hebben 10 tot 30 bloemen per tros. Vrouwelijke struiken hebben 2 tot 5 bloemen per tros. Op de as van de bloemtros zitten veel kortgesteelde klierharen. Vruchten: De rode bessen zijn kaal. Ze hebben weinig smaak. Biotoop Bodem: Meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (kalksteen, zand en mergel). Groeiplaatsen: Loofbossen (landgoedbossen, parkbossen en gemengde bergbossen), struwelen (ravijnstruwelen), heggen, beschaduwde rotsen en klippen, langs bergbeken en in de duinen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Midden- en Zuid-Europa en het Oostzeegebied. Zuidelijk tot in de bergen van Noord-Spanje, de Apennijnen en de Balkan. Nederland
 Vrij zeldzaam ingeburgerd in de Hollandse duinen, zeldzaam in laagveengebieden, het rivierengebied, Gelderland, Twente en Flevoland en zeer zeldzaam in Drenthe en Zuid-Limburg. Vlaanderen: Zeldzaam in Vlaanderen. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen in de Ardennen. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |