 | Namen Nederlands: Adelaarsvaren Frysk: Njirrekrûd English: Bracken (Brake fern, Eagle fern, Bracken Fern, Brackenfern, Brake, Northern Bracken Fern, Western Bracken Fern, Western Brackenfern) Français: Fougère aigle (Fougère-aigle) Deutsch: Adlerfarn Wetenschappelijk: Pteridium aquilinum (Pteris aquilina) Familie: Adelaarsvarenfamilie, Dennstaedtiaceae (Hypolepidaceae) Beschrijving Afmeting: 90 cm tot 3 meter. Levensduur: Overblijvend. Rijpe sporen: Juli en augustus. Wortels: De lange, dikke, kruipende wortelstokken zijn vertakt en zwart. Aan de top zijn ze harig. De uiteinden groeien schuin omhoog, maar komen niet aan de oppervlakte. Aan elk uiteinde groeit in de lente 1 blad. Stengels: De lange bladsteel is aan de voet zwart, maar wordt naar boven toe groen en is licht-wollig behaard. Bladeren: De eerst opgerolde bladeren zijn wollig behaard, maar later worden ze kaal. Ze zijn driehoekig tot breed eirond, 2- tot 4-voudig geveerd en worden tot meer dan 2 meter lang. De onderste bladparen hebben horizontale, geveerde deelblaadjes. Deze zijn meestal smal driehoekig, gaafrandig tot gelobd en stomp of iets puntig. Het bovenste deel van het blad buigt opzij. Naar boven toe zijn er steeds minder samengestelde blaadjes. Vruchten: De vruchtbare bladeren zijn hetzelfde als de onvruchtbare. De lijnvormige sporendoosjes zitten onder de half omgeslagen bladranden. Vaak zijn er maar weinig sporen. Biotoop Bodem: Zonnige tot halfschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, zure grond met veel ruwe humus. Het instuiven van meststoffen leidt tot uitbreiding (op zand, leem, veen of uitgeloogde duingrond). Groeiplaatsen: Loofbossen, naaldbossen, bosranden, kapvlakten, brandplekken, struwelen op uitdrogend hoogveen, heide (heideranden), langs spoorwegen (spoordijken), duinen (ontkalkte binnenduinen), akkerranden, bermen, muren, basaltglooiingen en droogvallende zandplaten in het Deltagebied. Verspreiding Wereld
 Wereldwijd, maar niet in de grote woestijngebieden, de poolstreken en het Amazonebekken. Nederland
 Algemeen in het midden, zuiden en noordoosten van het land en vrij zeldzaam in de Hollandse en de Zeeuwse binnenduinen. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen: Algemeen, maar zeer zeldzaam in het kustgebied. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen, maar zeer zeldzaam in het kalkrijke zuiden van de Ardennen. Wetenswaardigheden Jonge scheuten werden vroeger als sla gegeten. Ze werden ook gekookt en als asperges bereid. Het eten moet echter worden ontraden, want met name de oudere bladeren zijn giftig. De plant heet Adelaarsvaren omdat een doorsnede van het onderste deel van de bladschede op een adelaar lijkt. Ook de soortnaam duidt daarop, want aquila betekent adelaar in het Latijn. De geslachtsnaam komt van het Griekse woord pteron dat vleugel betekent en dat algemeen wordt gebruikt als naam voor varens (Pteris). Daar waar de zijassen zich van de bladsteel afsplitsen heeft de Adelaarsvaren klieren, die een zoet smakend vocht kunnen afscheiden. De nectarafscheiding treedt alleen op bij de klieren ter hoogte van die zijassen, die zich pas gestrekt hebben, terwijl de hogere delen van het blad nog ingerold zijn. Mieren komen op de nectar af. Herkauwers worden zo weerhouden van het afbijten van de jonge bladtop. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |