 | Namen Nederlands: Aalbes (Rode bessen) Frysk: Reade bei English: Red currant Français: Groseiller rouge Deutsch: Rote Johannisbeere Wetenschappelijk: Ribes rubrum (Ribes rubra, Ribes sylvestre, Ribes vulgare) Familie: Ribesfamilie, Grossulariaceae (Steenbreekfamilie, Saxifragaceae) Beschrijving Afmeting: 90 cm tot 1,5 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei. Takken: Takken zonder doornen. Bladeren: De meestal 5 lobbige (soms 3-lobbige) bladeren zijn aan de voet hartvormig. Aan de onderkant zijn ze vaak dicht behaard, maar niet beklierd. Ze hebben geen sterke geur. De bladstelen dragen korte en lange, gesteelde klieren. Bloemen: De bloemen vormen hangende trossen. Elke tros bevat tot 20 geelgroene, vaak iets paarsige en ongeveer 5 mm grote bloemen. De niet behaarde kroonbladen zijn zeer klein. Eerst staan ze af, maar later rollen ze achterover. Ze zijn schaalvormig met in het midden een vijfhoekige richel om de stijl. Vruchten: De bessen zijn glanzend helderrood, 6 tot 10 mm groot, niet behaard, eetbaar en zuur van smaak. Aalbessen worden vaak gekweekt in tuinen. Ook wel met witte bessen, die iets minder zuur zijn. Biotoop Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak zwak zure grond (leem, zand en stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Loofbossen, struwelen, heggen, houtwallen, moerasbossen, beschaduwde rotsen, waterkanten (langs bosbeken), duinen (binnenduinen), in bosjes bij boerderijen en in knotwilgen. Verspreiding Wereld
 Voornamelijk in West-Europa. Ingeburgerd in Noord-Amerika. Nederland
 Plaatselijk vrij algemeen. Het meest in beek- en rivierdalen, op natte leemgronden en in de binnenduinen. Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in het kustgebied en in de Kempen. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Ardennen. Wetenswaardigheden Aalbessen worden vers gegeten of tot sap of jam verwerkt. Ze hebben een laag suikergehalte. Gedroogde bessen kunnen worden verwerkt tot een frisse thee, die de spijsvertering bevordert. De volgende eigenschappen worden aan de bessen toegeschreven: aansterkend, afkoelend, bloedzuiverend, eetlust opwekkend, zwak laxerend, spijsvertering bevorderend en urine afdrijvend. In cultuur is ook een vorm met witte bessen (deze zijn minder zuur). De gekweekte aalbes is vermoedelijk ontstaan uit een bastaard van Ribes rubrum (Aalbes) en Ribes spicatum (Trosbes). De rode bessen zijn eind juni rijp, dat is omstreeks de herdenkingsdag van de Heilige Johannes. In Duitsland worden de bessen daarom Johannisbeere genoemd. Voortplanting gebeurt hoofdzakelijk door vogels en dan met name merels, lijsters en spreeuwen, die de zaden verspreiden via de uitwerpselen. 
© 2001-2012 Klaas Dijkstra |